
Ik heb een fundamenteel vertrouwen in de toekomst. Toen ik mijn burgerdienst deed in Gent, leefde ik van een soldij, aangevuld met een OCMW-toelage. Ik had iets minder dan 300 euro in de maand. Volgens alle geldende normen zat ik toen diep onder de armoedegrens. Ik had geen auto, geen telefoon, geen computer, geen tv. Maar ik was niet arm en heb me nooit zorgen gemaakt over geld. Je wordt inventief, je vindt goedkope manieren om aan kleren en eten te geraken. Ik heb geleerd dat ik met weinig kan leven, én gelukkig kan zijn.
Toen ik voor mijn dertigste al die verschillende jobs deed, voelde ik dat ik iets anders wilde. Ik wilde spelen, op een podium staan. Er waren duizend redenen om het niet te doen. Het is een onzeker beroep, je hebt geen enkele garantie dat het lukt. Onze hang naar veiligheid en zekerheid blokkeerde ook mijn denken. Maar al die worstcasescena-
rio’s waar we bang voor zijn, voltrekken zich niet. En als ze zich wel voltrekken, blijken ze minder erg dan gedacht. Ik zeg u: ge moet niet bang zijn. Al weet ik dat het simpele feit dat ik dat zeg, u niet minder bang zal maken. Wat helpt is alles wat je tegenhoudt oplijsten. Je bewust worden van alle rommel die in de weg zit en die opruimen.
Mijn succes zal wel eindig zijn, maar het heeft geen zin om daar nu al bang voor te zijn. Ik zou kunnen zeggen: ik moet nu nog veel meer verdienen, voor wanneer het minder goed gaat. Maar ten koste waarvan moet ik nu meer geld verdienen? Ten koste van mijn eigen leven en het plezier dat ik heb in mijn job? Voor een leven dat ergens op een punt in de toekomst gaat beginnen? Hebzucht is in de meeste gevallen vermomde angst.
Ik wil niet gezegd hebben dat we niet meer vooruit moeten, dat we beter allemaal op onze stoel blijven zitten wachten tot een appel van de boom valt om die vervolgens op te eten. Er is een verschil tussen ‘de dingen willen verbeteren en veranderen’ en ‘nooit genoeg’.
Wie almaar meer wil, zal uiteindelijk teleurgesteld achterblijven. Want het stopt nooit. Het is een waanbeeld dat je gelukkig wordt als je gearriveerd bent, want er is geen punt van aankomst.
- Wim Helsen in een interview in De Tijd -











































