Maar niet ALLES komt goed - en dat is ook GOED ... Dan is het maar zoals het is...
We hoeven niet persé ergens aan te komen...
ONDERWEG IS OOK ERGENS...
zaterdag 25 juli 2020
I like to cry.
After I cry hard
it’s like it’s morning again
and I’m starting the day over.
- Ray Bradbury -
Suffering is normal.
Pain is normal, it is part of life…
What is its
texture, the weight of our suffering?
What is its meaning?
Begin by
touching it, by coming close to it, accepting it:
Hello, suffering, I am
here with you.
I am beside you, one with you, I am you.
I am
suffering.
- A. M. Homes -
Ik ben er met de rasoir over gegaan.
Je kunt niet alles aan de chemo overlaten.
- Het Laatste Nieuws -
‘We hebben nood aan mensen die het doen vonken’
Lucas Vanclooster werd op 1 januari
weesouder van zoon Frederik. Caroline Pauwels rouwt om wat kanker een
mens zoal afneemt. Toch blijkt hun levenslust ongeblust. De avond wordt
een ode, geen elegie. ‘Je krijgt ook heel veel. Alles wordt intenser,
wezenlijker.’
Door Filip Rogiers en Marjan Justaert Foto’s Jimmy Kets
De zon laat zich maar heel even zien vandaag. Donkere wolken
pakken samen boven het dak van het Shellgebouw. Als de eerste druppels
in ons glas Negroni vallen, vluchten we naar beneden. De dag zal grijs
blijven.
‘Grijs is ook mooi’, zegt de rector met een voluntarisme dat
haar tekent en waarmee ze in september aan een nieuwe termijn van vier
jaar begint. Ze houdt van de Noordzee en Oostende en van het winkeltje
met schelpen dat ze daar op de Groentemarkt weet zijn. Ze vergaapt er
zich als een kind voor de etalage. Ze wilde er iets mee doen op Theater
aan Zee, dat ze dit jaar zou cureren. Het moest een ode aan de
verwondering worden, zoals ook de titel luidt van het boekje dat ze
vorig jaar schreef.
‘Kinderen zijn dat van nature, verwonderd’, zegt ze. ‘De
kunst bestaat erin om het niet te verleren.’ Aartsmoeilijk wanneer je
midden in het leven midscheeps getroffen wordt. In het begin van de
vorige zomer kreeg Caroline Pauwels te horen dat zich een vicieuze
kanker in maag en slokdarm had genesteld. Haar boekje, Ode aan de verwondering,
las plots als een testament. Een envoi. ‘Het is een wonderlijke wereld.
Altijd en overal, voor wie er open voor staat, voor wie de moeite doet
om te kijken, voor wie de verwondering toelaat in zijn of haar leven.’
‘Ik kijk voor het eerst naar de gierzwaluwen. Dat was ook
Frederiks totem bij de scouts, salangaan of Aziatische gierzwaluw. Het
zal mij droevig stemmen als ze straks weer vertrekken’
Lucas Vanclooster
Op oudejaarsnacht verloren Lucas Vanclooster en Kristien
Bonneure, beiden radiojournalist, hun zoon Frederik. Hij verdronk, na
een nachtje stappen, in het kanaal van Vilvoorde. Lucas wijst naar het
grijze zwerk. Het is een cliché, maar het is zo: de hemel kwam naar
beneden. Het was een dwaas ongeluk. ‘Soms ben ik nog altijd boos op hem,
maar het volgende moment droef.’
Ze hebben elkaar vooraf gemaild, Frederik verbond hen, hij
studeerde computerwetenschappen aan de VUB, zij was op zijn begrafenis.
Zoals zijn moeder Kristien schreef: ‘Frederik verbindt zelfs mensen na
zijn dood, de sloeber.’
Twintig twintig
Een maand voor zijn overlijden schreef Caroline Pauwels in
haar intentieverklaring dat ze van de VUB een ‘meelevende universiteit’
wilde maken. Een plek waar pijn, verdriet en rouw om overleden
studenten en personeelsleden een plaats moesten krijgen. Kunstenaar
Philip Aguirre maakte er een Monument van Troost voor.
Pauwels: ‘Ik had me ingesteld op een zwaarmoedig gesprek.’ Vanclooster: ‘Ik ook. Maar ik vertrek optimistischer dan ik toekwam.’
‘We zijn niet katholiek, maar wel aan rituelen gebonden’,
vertelt ze. ‘Ik kwam lang geleden op het idee nadat een student was
verongelukt. Hij was eens stomdronken in de les opgedaagd. Ik stuurde
hem naar huis. Hij wilde in de auto kruipen. Dat heb ik hem belet. “Wat
als je iemand dood rijdt?”, spelde ik hem de les. Hij is kort daarna
verongelukt. We wisten niet dat we ze zo snel zouden moeten gebruiken,
die plek.’
‘Er zijn drie plaatsen die ik altijd verken als ik in een
stad kom’, zegt Lucas Vanclooster. ‘De begraafplaats, de bioscoop en het
zwembad. Daar achterhaal je de psychologie van een stad en haar
inwoners.’
‘Ik heb Frederik niet persoonlijk gekend,’ zegt Pauwels,
‘maar ik hoorde van zijn medestudenten dat hij de charme zelf was. En
grappig!’
‘Ik wil de stukken van Reinhilde Decleir aan de VUB
tonen, zodat de studenten zien waar mensen die zogezegd afgeschreven
zijn toe in staat zijn’
Caroline Pauwels
‘Dat had hij niet van mij. Ik ben nooit een olijkerd
geweest,’ zegt Vanclooster, ‘maar ik herinner me dat ik op 31 december
2019 dacht: 2020 wordt een mooi jaar. Het klinkt goed, twintig twintig.
Het pensioen wenkte. Misschien zou eindelijk het tij keren na die
donkere jaren van populisme, Trump en Brexit. Misschien zouden we een
federale regering krijgen.’ Hij zwijgt. ‘Grapje hoor, dat laatste. Zo
naïef ben ik nou ook niet.’
Hij lacht. Niet voor het laatst vanavond. Zij ook,
aanstekelijk. ‘Curieus’, zal ze de volgende ochtend aan de ontbijttafel
zeggen. ‘Ik had me ingesteld op een zwaarmoedig gesprek.’ Hij ook. ‘Ik
vertrek hier straks optimistischer dan ik toekwam.’ Humor helpt altijd.
‘Toen Kristien kanker had, zijn we allemaal flexitariër geworden.
“Kanker is best gezond!”, grapte Frederik.’
Maar we moeten ons niet vergissen. Bij de rector is de kanker
na een jaar niet weg en Frederik is niet terug. ‘De pijn’, schrijft
A.F.Th. van der Heijden in Tonio over zijn verongelukte zoon.
‘Het is nog maar net begonnen.’ We beginnen daarom met de eenvoudigste,
maar zeker in deze omstandigheden ook moeilijkste vraag.
Hoe gaat het?
Vanclooster: ‘Ieder
verwerkt het op zijn manier. Kristien zoekt het in meditatie en yoga.
Ik strijk graag met Led Zeppelin, The Who en zelfs Will Tura op de
achtergrond.’
Vanclooster: ‘Het gaat. Ik slaag erin om te leven, een
normale routine aan te houden, iets te betekenen voor mijn vrouw en
dochter en andere mensen. Frederik is nog zéér aanwezig, en dat is goed.
Als er eens een zeldzame dag is dat ik ’s avonds bedenk dat hij wat
minder prominent in mijn gedachten was, vind ik dat niet per se
positief.’
Ook Caroline Pauwels hangt niet in de touwen. Het energiepeil is laag, maar het moreel hoog.
Pauwels: ‘Ik heb mijn trieste
dagen en zwarte gedachten. Natuurlijk. De kanker is een knauw in mijn
bestaan. Ik had altijd energie voor tien. Er is het verdriet omdat er
iets op je pad komt waar je verder mee moet. Het is ook surrealistisch.
Overdag wil ik het soms vergeten, maar wanneer ik ’s avonds in bed
kruip, overvalt de gedachte mij wel dat ik ernstig ziek ben. Er gebeurt
ook veel moois. Een vriend noemde het a moment of personal bliss. Je voelt veel liefde, de mensen sluiten zich om je heen. En zie mij hier nu zitten! (ze kijkt verrukt rond) Ik ben dankbaar dat ik hier mag zijn, dat ik hier lekker eten krijg, dat ik Lucas mag ontmoeten.’
‘Het doet mij plezier dat de kunsten nu toch in het Journaal zitten. Ze mogen wel geen uitsmijter zijn. Het is verdorie nieuws, zeker als we ons land ermee op de kaart zetten’ Lucas Vanclooster
Ze prijst de roodgelakte, gegrilde bloemkool die op haar bord
komt. Een kunstwerkje, zoals alles wat chef-kok Nicolas Decloedt van
Humus x Hortense ons ook vanavond weer voorschotelt. Speciaal voor de
rector is het menu aangepast. ‘Sinds kort ben ik overgeschakeld op
macrobiotisch.’
Zwarte zonnen
Kleur! De rector en de gewezen radiojournalist – wie zijn
stem hoorde, wist: cultuur! – hebben een gedeelde liefde voor kleur.
Zij draagt een oranjerode broek met wijd flapperende pijpen, hij een
hemd met kinderlijk vrolijke motiefjes. Een van zijn vingernagels, de
rechterpink, is felrood gelakt.
‘Ik moet toch een beetje de anarchist blijven die ik was’,
glimlacht hij. ‘Ik was 13 in 1968. Net iets te jong voor de hippies en
later iets te oud voor de punk. Vroeger droeg ik een oorring. Het
verbindt mij ook met Kristien en Flora, de zus van Frederik.’
‘In onze aula’s zitten soms 50 nationaliteiten. Dan wordt
spreken heel moeilijk, want ik weet dat er in elke cultuur wel een
sensibiliteit zit die ik als westerse vrouw niet altijd kan capteren’ Caroline Pauwels
Voor zijn deur in Vilvoorde staat een felgroene auto. ‘De
vorige was rood.’ Hij houdt van oldtimers. ‘De auto’s hadden vroeger
gewoon meer kleur. Zelfs in het Oostblok. Het was er slecht leven en
straat en mens waren er grijs, maar de Trabants, de Wartburgs en de
Lada’s hadden wel kleur.’
Wat hun beider levens bovenal kleurt: de kunsten. ‘Een beetje
obsessief zelfs’, bekent Pauwels. ‘Mijn kinderen vinden dat ik
overdrijf. Ik ben in het Shellgebouw overigens nog naar film komen
kijken met hen, toen Cinematek hier tijdelijk was ondergebracht.’
Hebben jullie het gemist, de tentoonstellingen, het theater?
Vanclooster: ‘Het valt mee, na al die jaren
cultuurverslaggeving, moet ik een beetje ontwennen. Ik ben in het
Louvre-Lens wel gaan kijken naar de tentoonstelling Soleils noirs. Kunst die geïnspireerd is door het zwart, bron van poëzie en zinnelijkheid. En ik heb veel gehad aan De kolibrie van
Sandro Veronesi. Zijn boodschap is juist dat je weer moet opnemen wat
je voordien interessant vond. Ze waren thuis dan ook blij dat ik
opnieuw begon te snuisteren in mijn collectie papier over auto’s. (lacht) De kolibrie is wel de enige roman die ik het afgelopen jaar heb kunnen lezen.’
Caroline heeft het vaak over de verwondering, maar soms zegt het een mens ook niets meer?
Pauwels: ‘Jongeren hebben gelijk als ze ons ter verantwoording roepen.’
Vanclooster: ‘Zeker. Je neemt een boek vast en je
raakt er niet in. Maar dat komt wel terug. Ieder verwerkt het op zijn
manier. Kristien zoekt het in meditatie en yoga. Ik strijk graag met Led
Zeppelin, The Who en zelfs Will Tura op de achtergrond. En Flora heeft
net haar eerste jaar fotografie achter de rug met een reeks foto’s over
Frederik. Ze heeft plekken gefotografeerd waar ze samen met Frederik
prachtige dingen heeft beleefd. Ze gaf het als ondertitel: “Pas nadat
je werd gevonden, begon ik met zoeken, en ik vind je overal”.’
‘Frederik had in zijn kamer een bordje hangen: Een dag niet verwonderd is een dag niet geleefd.
Eigenlijk zei de natuur mij de jongste maanden meer dan kunst. Ik kijk
voor het eerst in mijn leven naar de gierzwaluwen. Dat was ook de totem
van Frederik bij de scouts, salangaan of Aziatische gierzwaluw. Volgens
de totemgids van de scouts: zich aanpassend, acrobatisch, creatief, goed
oriëntatiegevoel. Ze vertrekken elk jaar als eerste en ze komen ook als
eerste terug. Het zal mij droevig stemmen wanneer ze straks weer
vertrekken.’
Pauwels: ‘Mij hielden natuur,
cultuur en vrienden – niet per se in die volgorde – in balans tijdens de
lockdown. Als kind ging ik vaak op wandel in de natuur met een neef die
bioloog was. Hij legde mij alles uit, ik tekende het na. Maar om terug
te komen op de kunst: ik ben ook zeer blij dat er weer meer kan. Een
klein concertje en een drive-inbioscoop, dat is charmant, maar veel
mensen snakken toch opnieuw naar the real thing. Er is in dit land ook zoveel te beleven.’
‘Ik heb heimwee naar de lockdown. Het gaf de kans om dieper met mensen te praten. Maar of we veel geleerd hebben?’ Lucas Vanclooster
Vanclooster: ‘Ongelofelijk! Zo bedroevend het in dit land met de politiek is gesteld, zo verwend zijn we cultureel.’
Pauwels: ‘We zouden er veel
trotser op moeten zijn. Architectuur, mode, muziek, literatuur … Scholen
en universiteiten zouden het nog veel meer moeten benutten. De stukken
van Reinhilde Decleir, ik wil die aan de VUB zien, zodat de studenten in
contact komen met mensen in armoede, dat ze zien waar mensen die
zogezegd afgeschreven zijn toe in staat zijn. (Tot Lucas) Heb jij het gevoel dat je bij de VRT een steen verlegd hebt?’
Vanclooster: ‘Ik heb gedaan wat ik kon. Ik heb gestreden en heb ook vaak verloren. Maar het doet mij plezier dat de kunsten nu toch in het Journaal zitten.
Ze mogen wel geen uitsmijter zijn. Het is verdorie nieuws, zeker als we
ons land ermee op de kaart zetten. Gerard Mortier zei altijd: eerst
cultuur, dan economische welvaart. Dat was zo bij de Egyptenaren, dat
was zo in de Gouden Eeuw van Holland.’
Is dat winst uit corona, het besef dat behalve goede gezondheidszorg ook kunst broodnodig is?
Pauwels: ‘Men zegt weleens dat wetenschap de wereld onttovert. Ik vind dat onzin. Wetenschap tovert ook.’
Vanclooster: ‘En vriendschappen. Ik heb heimwee naar de lockdown. Het gaf de kans om dieper met mensen te praten.’
Pauwels: ‘Het maakte ons bewust van essentiële beroepen en we voerden ook essentiële gesprekken.’
Vanclooster: ‘Maar of we veel
geleerd hebben? Ik ben pessimistischer dan een maand of twee geleden.
Het zijn toch altijd weer dezelfde lobbygroepen, zoals Voka, die hun
uiterste best doen om over te gaan tot business as usual. Die omslag? Ik
geloof het niet. Er is zelfs een soort hetze tegen het openbaar vervoer
of tegen wonen in de stad. Nee, dan de tweedeverblijvers! Dat was
nieuws.’
‘Hannah Arendt schreef altijd dat je met iedereen rond de
tafel moest blijven praten. Je luistert naar elkaar, maar je struikelt
niet over elkaar. Vandaag wordt er erg veel over elkaar gestruikeld’ Caroline Pauwels
Pauwels: ‘Het zal er maar van
afhangen hoe groot de coalitie van de welwillenden wordt. Ik
ondertekende mee de brief van Wivina Demeester waarin we corona een
uniek moment voor de transitie naar ecowelvaart noemen. We zijn al lang
uit balans. Zeker rond klimaat, de wetenschap is daar heel duidelijk
over. De klimaatmarsen van de jongeren waren heel belangrijk, maar ook
daar zag je krachten aan het werk die dat willen downsizen.’
Dave Sinardet schreef: ‘Laat ons de sterke waardering van de
bevolking voor experts tijdens deze crisis aangrijpen om wetenschap een
meer structurele rol in onze besluitvorming te geven.’ Toch geloven we
wetenschappers blijkbaar liever als het over corona gaat dan over de
klimaatcrisis.
Pauwels: ‘Dat was in het begin van de coronacrisis zo,
naderhand begon ook daar de ondermijning van de expertise. Ik zou
willen dat Dave gelijk heeft, maar ik ben er niet zeker van. Ik ben geen
voorstander van een technocraten- of expertenregering. Laat ieder zijn
rol spelen. Wetenschappers moeten wel aanjagers zijn, vind ik. Ze hebben
een maatschappelijk engagement.’
Dan noemt een Jean-Marie Dedecker of zo ze wel ‘activisten’?
Pauwels: ‘Het is gevaarlijk om een wetenschapper opzij te zetten omdat zijn of haar inzichten je niet zinnen.’
Leonardo da Vinci
‘Wetenschap is funest voor de verwondering en de verbeelding?
Het is een misvatting die me droef maakt’, schrijft Caroline Pauwels in
haar Ode aan de verwondering. Ze breekt een lans voor
fundamenteel onderzoek, verwant aan de queeste van de kunstenaar. Leve
‘het nut van nutteloze kennis’, zegt ze samen met Nobelprijswinnaar
François Englert. ‘Maar dan “nutteloos” volgens de vigerende,
economische normen’, voegt ze eraan toe.
Thuis was er niet veel kunst. Ze heeft het zelf moeten
ontdekken. Op haar vijftiende werd ze in het Franse Saint-Paul-de-Vence
in de buurt van Nice zoals Paulus van haar paard gebliksemd. ‘Daar heb
je het museum en het beeldenpark van de Fondation Marguerite en Aimé
Maeght. Wauw! Ik hield er een immense bewondering voor de moed van
kunstenaars aan over.’
Moed?
Pauwels: ‘Ja, dat je er durft voor te kiezen, ook al
weet je vooraf dat je er niet rijk van zal worden. Dat vond ik een zeer
nuttig inzicht. Ik heb een boon voor iedereen die iets creëert, voor
alles wat ambachtelijk goed gemaakt is. Mijn respect voor mensen die hun
werk goed doen, is enorm. Ook voor wie ’s ochtends op het rectoraat de
vuilnisbakken komt legen.’
Is het een gemis dat u zelf geen kunstenaar bent geworden?
Pauwels: ‘Ik heb kinderen op de wereld gezet. Dat is ook creëren. (lacht) Nee,
ik heb behalve communicatiewetenschappen ook filosofie gestudeerd en
als ik mijn werk overschouw, merk ik daar toch een creatieve, rode draad
in. Wetenschap vertrekt van dezelfde bron als kunst: je probeert iets
te vatten wat niet meteen te vatten is. Men zegt weleens dat wetenschap
de wereld onttovert. Ik vind dat onzin. Wetenschap tovert ook. Ik heb
nog nooit een saaie wetenschapper ontmoet.’
Vanclooster: ‘Vaak zijn het
geweldige mensen. Ze hebben meestal iets poëtisch of filosofisch, zoals
de wiskundige Jean Paul Van Bendegem. In het vierde jaar van Frederiks
humaniora heeft een leraar wiskunde hem naar dat vak geleid dankzij
ironie en humor. Misschien dacht Frederik wel: ik wil ook zo’n leraar
worden.’
Pauwels: ‘Veel wetenschappers
zijn ook kunstzinnig. Er is bij ons een professor wiskunde die, bij
wijze van experiment, tijdens zijn lessen pianospeelt, hoe prachtig.
Daarom vind ik het zo jammer dat we studenten opsluiten in silo’s,
vakgroepen, faculteiten. Als filosoof had ik het geluk om aan te sluiten
bij iMinds, nu Imec, dat onderzoek doet naar de impact van technologie.
Als sociale wetenschappers zaten we daar samen met ingenieurs en
informatici. Ik voelde me net Leonardo da Vinci.’
‘We leren aan de VUB mensen graag denken voor zichzelf, we
proberen geesten wakker te schudden. Het is makkelijk om een ander
kritisch te bekijken, in de eigen spiegel is dat een stuk moeilijker.
Dat leert ook Hannah Arendt ons. We openen straks ook voor de vierde
keer het academiejaar samen met de KVS. We zouden kunst en wetenschap
nog meer in het curriculum moeten krijgen. Het is misschien niet de
creativiteit van de kunstenaar, maar het vergt voor het academisch
personeel net zo goed verbeelding om dit allemaal te betrachten.’
Vanclooster: ‘Misschien gaat het zelfs langer mee dan kunstwerken.’
Pauwels: ‘Goede kunst blijft toch overeind?’
Vanclooster: ‘Nou, je moet in de
Standaard Boekhandel maar eens naar Hugo Claus zoeken. Of naar een
strip van Marc Sleen. Als je daarentegen in het onderwijs kunt
vernieuwen, studenten iets kan meegeven, investeer je ook in de
toekomst. De kinderen voeden vervolgens ook de ouders op.’
Lucas, weinigen weten het, maar u figureert onder het pseudoniem Johny Van Tegenbos in de verhalenbundel Mooie jonge goden (1986). U deelde daar het podium met Tom Lanoye en Herman Brusselmans.
Vanclooster: ‘En helaas geen vrouwen, Kristien
Hemmerechts is daar terecht nog erg kwaad over geworden. Maar het klopt,
ik heb vier romans geschreven. Die vind je zelfs niet meer in De
Slegte. (lacht) Ik heb het geprobeerd, maar na enkele jaren was
ik uitgeschreven. Ik hoorde grote kunstenaars bezig en dacht: het is
even waardevol om andermans kunst te verspreiden dan om zelf te
scheppen.’
U was in een vorig leven chauffeur van Gerard Mortier. U leerde van hem, zo zei u in De Morgen, dat ‘kunst en cultuur het hoogste zijn’. En alles behalve elitair.
Vanclooster: ‘Dat zei ik voordien ook al, als leraar
in het beroeps- en technisch secundair onderwijs. Veel kunstenaars zijn
van eenvoudige afkomst, absoluut geen elitaire mensen. Mortier heeft de
vlam in mij nog hoger doen oplaaien, dat klopt. Ik leerde hem toevallig
kennen omdat mijn eerste vrouw gitarist was. Mortier hield een toespraak
toen ze afstudeerde. Hij zei zo krachtig wat ik al voelde dat ik nadien
tegen hem zei: “Eigenlijk zou heel het land dat moeten horen.” Ik
nodigde hem uit in Brugge. Toen zijn chauffeur met pensioen ging, vroeg
hij mij en omdat ik toch een beetje was uitgekeken op het onderwijs, zei
ik ja. Heerlijke gesprekken gehad met hem en met vele andere die ik
mocht vervoeren, van Maurice Béjart tot de operazangeres Maria de
Montserrat Caballé.’
Mist u hem?
Vanclooster: ‘Ja. Mortier en Jan Hoet, dat waren twee lichtflitsen, dat hebben we daarna niet meer gezien.’
Pauwels: ‘Ik herinner me een
legendarisch debat tussen Hoet en Frans Boenders aan de VUB. Vonken dat
dat gaf! Dat hebben we vandaag, in transitietijd, opnieuw nodig: mensen
die u wegblazen, anders doen kijken en denken. Hoet heeft trouwens in
de Gentse Bijloke eens een tentoonstelling over het nut van het
nutteloze georganiseerd.’
In Vlaanderen neigt de visie op het onderwijs eerder …
Pauwels: ‘… naar excelleren?’
Ja, en naar kennis en punten eerder dan beleving of sociale
vaardigheid, wat tegenstanders ‘de verleuking van het onderwijs’ noemen.
Pauwels: ‘Albert Einstein is het beste tegenargument.
Hij zei – en ik parafraseer: je springt niet verder in het leven omdat
je kunt vermenigvuldigen of aftrekken, maar omdat je verbeelding hebt.
Wist je dat hij een taalachterstand had? Het heeft hem geholpen om
anders te leren denken.’
Vanclooster: ‘Het gaat perfect samen, streven naar excellentie en kennis en tegelijk poëzie én humor in het onderwijs brengen.’
Woke
Met de oprichting van het Hannah Arendt-instituut in
Mechelen, een initiatief van Pauwels en haar Antwerpse collega Herman
Van Goethem, bevestigt de rector hoezeer ze de vrijheid van
meningsuiting hoog in het vaandel draagt. De universiteit ziet ze als
een vrijhaven. Ze was het dan ook niet eens met de linkse actievoerders
die het drie jaar geleden toenmalig staatssecretaris voor Migratie en
Asiel Theo Francken (N-VA) onmogelijk maakten om te spreken aan de VUB.
Het is een mooi voorbeeld van wat recentelijk in een mede
door Francken ondertekende open brief de ‘cancelcultuur’ wordt genoemd.
Vooral op links, van Black Lives Matter tot lgbtq+, zou de
onverdraagzaamheid voor afwijkende meningen dermate grote proporties
aannemen dat de vrijheid van meningsuiting in gevaar komt.
Bent u ook zo bang voor de onverdraagzaamheid van wie woke heet
te zijn? Of vragen die terecht aan wie altijd al meer privileges had om
even te dimmen?
Pauwels: ‘Mensen die klagen dat “ze niets meer mogen
zeggen”, hebben wel nog altijd het woord. Die woke activisten vragen
terecht: spreek mét mij, niet óver mij. Ik leerde dat bij Gandhi: alles
wat je voor mij doet, maar niet met mij, doe je tegen mij. Maar ik maak
me wel degelijk zorgen over het politiek correcte denken en de
zelfcensuur die we soms toepassen. In onze aula’s zitten soms vijftig
nationaliteiten. Dan wordt spreken heel moeilijk, want ik weet dat er in
elke cultuur wel een sensibiliteit zit die ik als westerse vrouw niet
altijd kan capteren. Je spreken verliest spontaniteit en dat vind ik
niet goed.’
Vanclooster: ‘Ik geloof toch dat
de universiteit in de voorhoede van de diverse samenleving moet staan.
Er zijn al veel studenten met een migratieachtergrond, die zullen zich
niet meer laten tegenhouden.’
Pauwels: ‘Klopt, maar ook bij
ons zijn er impliciete vormen van discriminatie. Wie staat er voor de
aula? Mijn collega’s zijn wit, punt. Er is al meer personeel van kleur,
maar het is niet genoeg, we moeten het rechttrekken. Ik heb ook onze
studenten van kleur al opgeroepen om ons te helpen. Onze aula is divers,
onze studentenraad is wit. Ze klagen dat zelf aan, maar dan zeg ik: het
is aan jullie om er iets aan te doen. Dan merk ik soms dat ze het zelfs
niet meer melden, omdat ze er niet in geloven. “We maken dat al mee
sinds de kleuterschool.” Ik heb schrijnende verhalen gehoord, de VUB
onwaardig. Iemand zei mij: “Als de decanen naar ons kijken, zien ze hun
kinderen niet. Ze hebben geen voeling met wat wij meemaken.”’
‘Dat gezegd zijnde, het beangstigt mij hoever het politiek
correcte denken op Amerikaanse campussen is doorgeschoten. Hannah Arendt
zei en schreef altijd dat je met iedereen rond de tafel moest blijven
praten. Je luistert naar elkaar, maar je struikelt niet over elkaar.
Vandaag wordt er erg veel over elkaar gestruikeld. Het is goed dat witte
mannen zich bewust zijn van hun privileges, maar zet ze niet weg, stuur
ze niet weg van tafel.’
Is Dries Van Langenhove welkom aan uw universiteit?
Pauwels: ‘De studenten hebben hem eens uitgenodigd
voor een verkiezingsdebat. Dat is niet doorgegaan, omdat ze de andere
gasten niet op voorhand hadden verteld wie er in het panel zou zitten.
Zou ik hem uitnodigen? (denkt na) In een panel met meerdere stemmen, waarom niet? Maar de rector nodigt zelf niet uit, dat laten we aan de studenten over.’
U wilt blijven praten met Schild & Vrienden, zei u, omdat
sommige van uw studenten daar ook lid van zijn. Blijft u ook met hen
praten als ze de meest gore racistische memes posten, zoals Panorama liet zien?
Pauwels: ‘Ik las in uw krant het interview met mensenrechtenactivist Philippe Sands. Hij dook in het hoofd van topnazi’s. Hij zei, en Hannah Arendt schreef dat ook in Eichmann in Jeruzalem: de banaliteit van het kwaad:
je kunt een goede huisvader zijn, je kinderen en je vrouw graag zien en
toch misdaden begaan. Het wil niet zeggen dat je geweldpleging of
crimineel gedrag op een of andere manier minimaliseert. Ik weet ook niet
tot welk kwaad ik in staat zou zijn. Ik moet denken aan dat citaat dat
aan de Boeddha wordt toegeschreven: “Let op je gedachten, want ze worden
je woorden. Let op je woorden, want ze worden je acties. Let op je
acties, want ze worden je gewoontes. Let op je gewoontes, want ze worden
je karakter. Let op je karakter, want het wordt je lot.” Laten we dus
blijven praten. Soms zitten achter felle standpunten persoonlijke
trauma’s. Die moet je blijven willen achterhalen.’
Hoe staat u tegenover het neerhalen van standbeelden?
Pauwels: ‘Daar hou ik niet van. Oké, er zijn er te
veel. Ik vind het belangrijker dat de schoolboeken dringend worden
aangepast. Over Congo heb ik zó weinig geleerd, dat zou gewoon niet
mogen. Ik hoop dat het vandaag anders is, maar ik vrees ervoor.’
Vanclooster: ‘Ik vind dat
Leopold II uit het straatbeeld mag verdwijnen. Dat we zo onze
geschiedenis zouden verdoezelen, is onzin. Die beelden zijn niet
opvoedend, maar verheerlijkend bedoeld.’
Lucas, de VRT schrapte een grap van Geert Hoste uit De ideale wereld om Vlaams Belang niet voor het hoofd te stoten. Cancelcultuur?
Vanclooster: ‘Zelfcensuur. Nu, ik zou dat volledige
programma schrappen. Lijkt nergens meer naar. Druk van bovenaf heb ik
nooit ervaren, maar je merkt wel dat journalisten uit zichzelf rekening
beginnen te houden met de onderbuik van de samenleving. Frappant was het
voorbeeld van de Afghaanse jongen die in het zwembad van Koksijde een
meisje zou hebben aangerand. Bleek niets van te kloppen, maar het werd
toch maar snel gebracht want “anders zouden we weleens het verwijt
kunnen krijgen dat we iets hebben verzwegen uit politieke correctheid”.
Ik snap wel dat het soms snel moet gaan, maar dan moet je je achteraf
ook verontschuldigen als het niet klopt.’
N’être
‘Ach, diversiteit’, verzucht Vanclooster. Samen met Pauwels
gelooft hij heel sterk in de jeugd. ‘Voor hen is het doodnormaal. Over
een oude klasfoto van Frederik zei iemand: “Behalve Frederik staat er
maar één andere blanke op.” En die kwam van Oezbekistan. (lacht)’
Hun kinderen zijn van dezelfde leeftijd. Frederik en Flora,
Emil en Anna Violette. Jong volwassenen. Caroline Pauwels heeft ze in
haar eentje opgevoed. ‘Hun vader was een nomade, een reiziger. Boven op
zolder hebben we een soort museum, er staan zeker vijf totempalen die
hij meebracht van zijn reizen. Ik houd ook heel veel dingen bij van de
kinderen. Dingen die ik allemaal had moeten weggooien, bij wijze van
spreken.’
‘Vooral niet doen’, bezweert Lucas haar.
Het wordt even stil. ‘Wat kinderen vooral niet moeten doen, is vertrekken voor hun ouders’, zegt zij.
Hannah Arendt heeft het over ‘N’être’ of nataliteit: het idee dat wat is altijd nog kan veranderen. Dat geeft hoop. Maar is de dood geen absolute cesuur?
Pauwels: ‘Afscheid nemen is iets heel definitiefs, en
toch, je internaliseert diegene van wie je afscheid neemt. Ik heb de
stemmen van wie er niet meer is vaak sterker in mezelf dan toen ze er
nog waren.’
Vanclooster: ‘Er is wel geen
tweerichtingsverkeer meer mogelijk met de overledene. Soms, als ik sta
te strijken met Will Tura op, zeg ik: “Hoor je het, mama?” (lacht) Zij hoort het natuurlijk niet, maar ik hoor haar wel.’
Pauwels: ‘Ik zeg dit met enige
schroom, maar ik voelde veel verdriet toen mijn kinderen het huis uit
waren. Je voedt ze alleen op, ineens zijn ze weg.’
Vanclooster: ‘Ik heb dat ook nog
gedacht toen ik de kinderen boven hoorde stoeien: op een bepaalde dag
zal het hier stil zijn. Het gezin is het enige maatschappijtje dat de
mens zelf kan maken. Met een eigen cultuur, een eigen geschiedenis,
zelfs een eigen dialect.’
Pauwels: ‘Nu, ik heb ook vaak genoeg naar boven geroepen: “Kan het daar wat stiller?” en “Sla niet op je zus!”’
Jongeren zijn de toekomst. Daar zijn zij, vijftiger en
zestiger, het roerend over eens. En ze zouden positiever in het nieuws
moeten komen.
‘Mijn mentor, Urbaan De Becker, geloofde 100 procent in de
jeugd’, zegt Vanclooster. ‘Hij kon het niet hebben dat ze van alles en
nog wat de schuld kregen. “De politie moest uitrukken om de jongeren in
bedwang te houden.” Hij zei: onzin, die moest helemaal niets, die rukten
gewoon uit omdat ze dat plezierig vinden.’
‘De veerkracht van jongeren vind ik ongelofelijk’, zegt
Pauwels. ‘Ze zullen niet stoppen met protesteren tegen racisme en tegen
de roofbouw op mens en planeet en ze hebben overschot van gelijk. Ze
moeten ons ter verantwoording roepen. Onze generatie moet natuurlijk
niet alle zonden van Israël op zich laden, maar we zijn wel een
gigantische verantwoordelijkheid aan het ontlopen.’
Maar ze moeten niet zo met het vingertje wijzen, hoor je dan wel eens.
Pauwels: ‘Ik vind het heel klein wanneer volwassenen
hen ridiculiseren of wegzetten als autist, zoals ze met Greta Thunberg
deden. Maar ze moeten wel oppassen voor doemdenken. Als mensen zich
samen zetten, zoals na de Tweede Wereldoorlog, kunnen er grootse dingen
gebeuren. We zijn mee betrokken bij de Jonge Academie. Ze jagen ons aan,
die jongeren, ze houden ons wakker.’
Ze geeuwt. Het is na middernacht, de slaap wenkt. Ze heeft
beter leren te luisteren naar haar lichaam, zegt ze. ‘We hebben zo’n
fascinatie voor de kosmos, hoe straf die is. Maar dat is het lichaam
ook. Extreem vernuftig hoe dat in elkaar zit.’
We kunnen ons voorstellen dat u dat lichaam het voorbije jaar ook vervloekt hebt?
Pauwels: ‘Eigenlijk niet, je snapt dat alles met elkaar verbonden is.’
Hiv
Wandelen beveelt dat lichaam haar de volgende ochtend. Ze
heeft er al een flinke tocht naar de Marollen op zitten wanneer ze
aanschuift voor het ontbijt. ‘Ik ben dol op rommelmarkten. Ik vind er
altijd wel iets voor ons familiemuseumpje op zolder.’
Halfnegen ’s ochtends en de verwondering sloeg alreeds toe.
Het ontroert haar mateloos, zei ze eerder, hoe je plots op de gekste
momenten en plaatsen armen om je heen voelt. ‘Ook nu weer. Er kwam een
man naar mij toe. “Mevrouw Pauwels,” zei hij, “ik heb hiv sinds 1986 en
kijk naar mij! Ik ben er ook nog.”’
Vanclooster: ‘Dat heeft ook mij ontroerd. Al die mensen die mee kwamen zoeken naar Frederik.’
Wordt het na zes maanden niet heel stil?
Vanclooster: ‘Het is soms goed dat het stil is. Maar het wordt niet heel stil, nee.’
Het gesprek duurt voort na het gesprek. Per mail. Zij stuurt een Engelstalig gedicht van haar zoon.
The passing of seasons, the setting of the sun Because when things end, other things begun.
Hij antwoordt met Anna Enquist.
Wat hier staat spint je in met
plakkende draden, kleeft je vast
in trappen en kamers. Hoe
zou het zijn om uit je schoenen te springen, de poort dicht te slaan? Blootsvoets in het gras je ontdoen van herinneringen?
Genadeloos, zo voelt het oordeel van een ander over mij. Ik word
diep geraakt. Een oude pijn vlamt heftig op. De pijn van niet goed
genoeg zijn. Een pijn die ik al heel lang met mij meetors, die mij zo
vaak onderuithaalde of compleet vloerde. Dagenlang, soms zelfs weken. De
pijn van een belemmerende overtuiging die ik al jong ben gaan geloven:
ik ben niet goed genoeg en moet nog meer mijn stinkende best doen. Een
persoonlijk relaas over oude pijn transformeren.
Mijn emoties gaan meteen met mij aan de haal
Onzekerheid, schaamte, schuld, afkeuring, me weer heel klein voelen…
Ze passeren allemaal de revue. En toch voel ik al zoveel beter dat zij
getriggerd worden door het oude verhaal. Het oude verhaal dat we
allemaal wel herkennen in ons leven: van niet goed genoeg zijn, niet
gezien worden, niet gehoord worden, er niet bij horen.
Een verhaal dat niet klopt, omdat ik het niet zelf heb geschreven. Ik
heb het – net als jij – aangeleerd gekregen, overgenomen, opgepikt. Het
zijn de inprentingen uit mijn jeugd via mijn ouders, familie, leraren,
vrienden en ga zo maar door. De overtuigingen van een ander. Vaak ben ik
me daarvan niet eens bewust. Helaas ben ik dat oude verhaal gaan
geloven en als gevolg daarvan mijzelf gaan afwijzen. Voel ik oude pijn.
Als een geslagen hond met de staart tussen de benen
Mijn eerste reactie was lang om mij te wentelen in die heftige
emoties. Er helemaal door en in meegezogen worden en mij een slachtoffer
voelen dat het liefst in een hoekje wegkruipt. Mezelf onzichtbaar
maken. Als een geslagen hond die met de staart tussen de benen afdruipt
naar zijn mand, om daar af en toe sluiks even zijn ogen te openen in de
hoop dat iemand ziet hoezeer hij lijdt.
Op die wirwar van heftige emoties haakt ook de kwebbelende aap in
mijn hoofd gretig aan. Slingert zich vrolijk van het ene hersenspinsel
naar het andere. ‘Na na nanana, zie je wel je kunt het niet, stop er
maar mee, bedrieger…’ Terwijl ik die emotionele pijn voel, kruipt de
fysieke pijn op vanuit mijn maag. Mijn lichaam dat mij zo laat weten wat
om aandacht vraagt. Mijn lijf dat mij liefdevol de weg wijst naar waar
deze overtuiging zich heeft vastgezet.
Deze oude pijn mag gezien worden, net zoals ik gezien mag worden
Dankbaar voor dit teken zoek ik een plek om even alleen te zijn,
rustig te zitten, en sluit ik mijn ogen. Deze oude pijn mag gezien
worden, net zoals ik gezien mag worden, weet ik inmiddels. Dat is de
enige manier waardoor die pijn zich transformeert en heelt, elke keer
een beetje meer. Ik concentreer me een poosje op mijn ademhaling door
mijn in- en uitademingen te tellen. Zo maan ik mijn kwebbelende aap tot
rust. En ga dan met mijn aandacht naar de plek in mijn lijf waar ik de
pijn voel – mijn maag – en adem daar met rustige en diepe ademhalingen
naartoe en doorheen. Ik voel de pijn en het verdriet daaronder heel
intens en laat het er zijn, zonder ervan weg te vluchten. En ik blijf
doorgaan met zo ademen.
Wanneer ik weer in mijn hoofd schiet en in het oude verhaal beland,
verleg ik mijn aandacht naar mijn ademhaling. En vervolgens weer naar de
plek in mijn lijf waar ik de pijn voel. Terwijl ik in mijn lijf voel
wat er te voelen valt, en ook mijn tranen mogen stromen, ontspant de
knoop in mijn maag. Het wordt makkelijker om daar doorheen te ademen. Ik
ga hier net zolang mee door totdat het rustiger in mij wordt en ik voel
dat het voor nu klaar is.
Our
mind has its history, just as our body has its history.
You might be
just as astonished that man has an appendix, for instance.
Does he know
he ought to have an appendix?
He is just born with it….
Our unconscious
mind, like our body, is a storehouse of relics and memories of the past.
A study of the structure of the unconscious collective mind would
reveal the same discoveries as you make in comparative anatomy.
We do
not need to think that there is anything mystical about it.
- Carl Jung -
We have understood that the destruction of the
environment is an enormous danger.
But I truly believe that the lack of
adequate imagery is a danger of the same magnitude.
It is as serious a
defect as being without memory.
What have we done to our images?
What
have we done to our embarrassed landscapes?
I have said this before and
will repeat it again as long as I am able to talk:
if we do not develop
adequate images we will die out like dinosaurs.
- Werner Herzog -
NITCH
Most people don’t grow up.
It’s too damn difficult.
What happens is most people get older.
That’s the truth of it.
They
honor their credit cards, they find parking spaces, they marry, they
have the nerve to have children, but they don’t grow up.
Not really.
They get older.
But to grow up costs the earth, the earth.
It means you
take responsibility for the time you take up, for the space you occupy.
It’s serious business.
And you find out what it costs us to love and to
lose, to dare and to fail.
And maybe even more, to succeed.
What it
costs, in truth.
Not superficial costs, anybody can have that, I mean in
truth.
- Maya Angelou -
NITCH
We don’t like some human beings because they
reflect something we don’t like inside ourselves.
We think it is in the
other, but actually we carry this trait ourselves.
Now, if you were
empty of this trait that you don’t like, you wouldn’t judge it.
When you
are free of that judgement, the trait ceases to appear, even external
to you.
You don’t see it, or at least you look towards it with great
compassion and understanding, because you know it is not intentional.
We
are not really ignorant by choice.
It seems like something is hiding
the real seeing.
So when you meet someone whose presence triggers
discomfort within yourself, often it is because there is something there
within you worth reflecting upon.
Now I take you a step further than
this.
This which you are seeing in others and in yourself, this self
that you find fault with, is only the idea you have of who you are and
its own conditioning.
It is not the true Self.
It is only the acquired
state, the learnt or constructed self.
This is where all the bad smell
is coming from.
Rather than rejecting those encounters, the wise welcome
them.
- MOOJI -
Feelings
and our emotions are meant to be felt, acknowledged, named, and allowed
to move through the body.
Never suppress, deny, or pretend that you're
not feeling something because you think it is a sign of weakness.
This
will not end well for you or others.
Pause, feel, name, and understand
where your feelings are coming from, before you take any actions.
Emotions make you real.
You are real so feel deeply my loves, don't hold back.
- Barb Schmidt -
‘Pas wanneer je jezelf kunt aanvaarden, word je interessant voor anderen’
Liedjesschrijver Jonas Winterland doet de dingen graag traag en doordacht.
Want wat van belang is, verdient alle tijd.
Ines Minten
Jonas Winterland: ‘Ik ben mijn angsten in de ogen gaan kijken: wat is dit juist en waarom maakt het me bang?’
Charlie De Keersmaecker
1 De beloning is het maken zelf
‘Maak iets en besef dat het maken zelf
de beloning is. Of het nu een liedje is of iets wat je uit hout snijdt:
het bedenken en voldoende tijd nemen om het ten uitvoer te brengen, is
de beste therapie. Voor makers is de verleiding groot om zo veel
mogelijk applaus te willen voor het eindresultaat. Je denkt dat daarin
de beloning ligt, maar dat is een vergissing. Natuurlijk is het een
surplus als wat je maakt zijn weg vindt en appreciatie krijgt: dat is
fijn en geeft je energie om voort te doen. Maar het voorrecht hebben om
met woorden en muziek bezig te kunnen zijn, is uiteindelijk wat telt.’
2 Schat traagheid naar waarde
‘Op een ochtend stond ik geweldig te stressen om mijn toen
driejarige zoon op tijd op school te krijgen. Het duurde een eeuwigheid
om de vijf meter van de voordeur tot de auto te overbruggen. Elke kiezel
die hij tegenkwam, raapte hij op om uitgebreid te bewonderen. Intussen
bouwde de stress zich bij mij op, want ik had een afspraak in de
grotemensenwereld en ik dacht dat alles daarvan afhing. Maar opeens
kantelde mijn perspectief en zag ik een spiegel van mezelf. Mijn ouders
hoorden vroeger op elk oudercontact dat ik me moest leren haasten om
later mee te kunnen. Waarom ik te traag was of met wat ik mee moest
kunnen, legde niemand ooit uit. Je doet meer kwaad dan goed als je je
innerlijke tempo niet volgt. Voor de belangrijke dingen in het leven
moet je juist voldoende tijd nemen. Zo ben ik gedebuteerd op mijn 29ste,
dus niet heel vroeg, maar ik ben dan ook met een plaat gekomen waarvoor
ik me later nooit heb moeten schamen.’
3 Wees gastvrij voor je angsten
‘De eerste twintig jaar van mijn leven liep ik met een grote
boog om al mijn angsten heen. Ik had telefoonangst, dus liet ik mijn
ouders telefoontjes voor me doen tot op een leeftijd waarop het wat
gênant werd. Later ben ik mijn angsten in de ogen gaan kijken: wat is
dit juist en waarom maakt het me bang? Zo heb ik lang gedacht dat ik
nooit op een podium zou durven te staan, tot ik me inschreef voor een
workshop songschrijven bij Bram Vermeulen. Bijna was ik niet opgedaagd,
want ik moest er alles doen wat ik niet zag zitten: mijn vertrouwde
omgeving verlaten, praten met onbekenden en hun mijn muziek laten horen …
De eerste poging om een liedje voor de groep te brengen, was vreselijk:
ik raakte niet tot het einde van het lied en zag hoe iedereen me vol
compassie aankeek. ‘Mag ik nog eens proberen?’, hoorde ik mezelf opeens
vragen. Toen wist ik dat het toch iets moest zijn wat ik écht graag
wilde. Nu besef ik dat faalangst onnodig is. Falen is eigenlijk heel
mooi, want het betekent dat je iets op het spel hebt gezet. En dat doe
je alleen voor belangrijke dingen.’
4 Leer om alleen te zijn
‘Ik schrijf graag over de liefde: ik ben er grote fan van.
Maar liefde alleen is niet genoeg. Je moet jezelf redden voor iemand
anders het kan. Je moet alleen met jezelf in een kamer kunnen zijn en
jezelf kunnen horen denken. Alleen zijn met jezelf geeft je een beter
inzicht in je eigen hersenkronkels. Pas wanneer je jezelf kunt
aanvaarden, word je interessant voor anderen. Ik denk ook echt dat we
fundamenteel alleen zijn en elkaar nooit volledig zullen kunnen
doorgronden. Maar dat is oké: als je iets volledig begrijpt, kun je het
klasseren en ben je ervan af. Net omdat we iemand anders niet helemaal
begrijpen, gaan we op zoek naar mogelijke verbindingen. We kunnen niet
anders, want als we in onszelf rondjes blijven draaien, worden we gek.’
5 Hoofd en lijf gaan samen
‘Al voor ik professioneel met muziek bezig was, had ik last
van oorsuizen. De eerste specialist die ik daarvoor zag, schreef me een
batterij kalmerende middelen voor. Mijn huisarts pakte het anders aan.
Ze vroeg me of ik al eens geprobeerd had om te gaan wandelen. Eerst
voelde ik me bedot: wandelen? Maar onderzoek wijst uit dat een uur
sporten of wandelen hetzelfde effect kan hebben als antidepressiva.
Sindsdien ben ik me veel bewuster van de samenhang tussen fysieke en
mentale zaken. Goed voor je lichaam zorgen begint met goed voor je geest
zorgen. Bij mij was lopen het eerste wat er tijdens de lockdown bij
inschoot. Onlangs ben ik er weer mee begonnen en ik voelde meteen hoe
ook mijn hoofd ervan opklaarde.
Voor ik Berichten uit de schemerzone (zijn jongste album, met naast een cd ook een boek met aantekeningen en verhalen, red.) maakte,
heb ik een sabbatjaar genomen, omdat ik nog te weinig plezier beleefde
aan optreden, wat natuurlijk heel raar was. Toen mijn huisarts me
aanraadde om naar een psycholoog te gaan, reageerde ik daar eerst nogal
vijandig op. Maar zodra ik ging, vroeg ik me af waarom ik er zo lang mee
had gewacht. Je hoort er jezelf inzichten krijgen. Je zou het jezelf
dus af en toe moeten gunnen, en niet alleen wanneer je echt grote
mentale problemen hebt. Het werkt ook prima uit voorzorg.’
Sommige mensen veroorzaken geluk overal waar ze lopen,
anderen zorgen ervoor als ze weggaan.
– Oscar Wilde –
When somebody provokes your anger, the only reason you get angry is
because you’re holding on to how you think something is supposed to be.
You’re denying how it is.
Then you see it’s the expectations of your own
mind that are creating your own hell.
When you get frustrated because
something isn’t the way you thought it would be, examine the way you
thought, not just the thing that frustrates you.
You’ll see that a lot
of your emotional suffering is created by your models of how you think
the universe should be and your inability to allow it to be as it is.
"In·spi·ra·tie - bezieling" = Dat wat je bezielt. Waardoor je geraakt wordt. Wat je tot nadenken stemt, of wat je tot rust brengt.
Hier plaats ik wat mij inspireert, wat ik grappig vind, wat mij triggert, ontroert en wat mij confronteert met mezelf, soms ook wat mij ergert. Het zijn niet noodzakelijk absolute waarheden. Het zijn geen oordelen. Maar ik wil er voor openstaan en misschien bijleren.
Just because I post something doesn’t mean I’m going through it. I might just like the quotes.
My posts are not directed to anybody but myself, but if the shoe fits, wear it.
- Ann -
TELL MY MISTAKES TO ME,
NOT TO OTHERS.
BECAUSE MY MISTAKES
ARE TO BE CORRECTED BY ME
NOT BY OTHERS.
Zoeken in deze blog
The need to convince them to see your worth is usually a sign that you still don’t recognize your own. Liberate yourself from the need for external affirmation.
Vrij naar Anaïs Nin
Find peace -
with exactly who and what your are. -
Take pride in your thoughts, -
your appearance, -
your talents, -
your flaws -
and stop this incessant worrying -
that you can’t be loved as you are. -
HOEVEEL
KOMT IEMAND TEKORT
DIE VEEL SPULLEN
NODIG HEEFT?
Quotations help us remember the simple, yet profound truths that give life perspective and meaning. When it comes to life's most important lessons, we can all use gentle reminders
- Chris Freeman -
GEEN PANIEK
NIETS IS ONDER CONTROLE
- Els de Schepper -
Ik kom iets tegen, het raakt me, ik vervorm het, voeg wat toe en geef het door..
Klagen over wat was helpt niet
Wees blij dat het leed over is.
Wat bitter te dragen is,
is aangenaam om achter de rug te hebben.
"Waar veel licht is
valt ook diepe schaduw."
- J. W. von Goethe -
Met twee dingen radicaal breken : angst voor toekomstig ongemak en herinneringen aan dat van vroeger.
Het eerste gaat mij nog niet aan
Het tweede niet meer
De omstandigheden, de goede en de slechte, moet men aanvaarden, wat niet belemmert dat men zijn leven eraan kan wijden de slechte te verbeteren."
Etty Hillesum, 3 juli 1942
Etty Hillesum
Ons ware bezit
bestaat slechts uit datgene
wat we niet kwijt kunnen raken
Vrijheid is leven
in het besef dat we niks te verliezen hebben
- Lammert Kamphuis -