zaterdag 25 juli 2020


I like to cry.

 After I cry hard

 it’s like it’s morning again

 and I’m starting the day over. 

- Ray Bradbury -





Suffering is normal.

 Pain is normal, it is part of life… 

What is its texture, the weight of our suffering? 

What is its meaning? 

Begin by touching it, by coming close to it, accepting it:

 Hello, suffering, I am here with you. 

I am beside you, one with you, I am you. 

I am suffering.

- A. M. Homes -




Ik ben er met de rasoir over gegaan.

 Je kunt niet alles aan de chemo overlaten.

-  Het Laatste Nieuws -


‘We hebben nood aan mensen die het doen vonken’

Lucas Vanclooster werd op 1 januari weesouder van zoon Frederik. Caroline Pauwels rouwt om wat kanker een mens zoal afneemt. Toch blijkt hun levenslust ongeblust. De avond wordt een ode, geen elegie. ‘Je krijgt ook heel veel. Alles wordt intenser, wezenlijker.’ 



De zon laat zich maar heel even zien vandaag. Donkere wolken pakken samen boven het dak van het Shellgebouw. Als de eerste druppels in ons glas Negroni vallen, vluchten we naar beneden. De dag zal grijs blijven.


‘Grijs is ook mooi’, zegt de rector met een voluntarisme dat haar tekent en waarmee ze in september aan een nieuwe termijn van vier jaar begint. Ze houdt van de Noordzee en Oostende en van het winkeltje met schelpen dat ze daar op de Groentemarkt weet zijn. Ze vergaapt er zich als een kind voor de etalage. Ze wilde er iets mee doen op Theater aan Zee, dat ze dit jaar zou cureren. Het moest een ode aan de verwondering worden, zoals ook de titel luidt van het boekje dat ze vorig jaar schreef.
‘Kinderen zijn dat van nature, verwonderd’, zegt ze. ‘De kunst bestaat erin om het niet te verleren.’ Aartsmoeilijk wanneer je midden in het leven midscheeps getroffen wordt. In het begin van de vorige zomer kreeg Caroline Pauwels te horen dat zich een vicieuze kanker in maag en slokdarm had genesteld. Haar boekje, Ode aan de verwondering, las plots als een testament. Een envoi. ‘Het is een wonderlijke wereld. Altijd en overal, voor wie er open voor staat, voor wie de moeite doet om te kijken, voor wie de verwondering toelaat in zijn of haar leven.’

‘Ik kijk voor het eerst naar de gierzwaluwen. Dat was ook Frederiks totem bij de scouts, salangaan of Aziatische gierzwaluw. Het zal mij droevig stemmen als ze straks weer vertrekken’

Lucas Vanclooster

Op oudejaarsnacht verloren Lucas Vanclooster en Kristien Bonneure, beiden radiojournalist, hun zoon Frederik. Hij verdronk, na een nachtje stappen, in het kanaal van Vilvoorde. Lucas wijst naar het grijze zwerk. Het is een cliché, maar het is zo: de hemel kwam naar beneden. Het was een dwaas ongeluk. ‘Soms ben ik nog altijd boos op hem, maar het ­volgende moment droef.’
Ze hebben elkaar vooraf gemaild, Frederik verbond hen, hij studeerde computerwetenschappen aan de VUB, zij was op zijn ­begrafenis. Zoals zijn moeder Kristien schreef: ‘Frederik verbindt zelfs mensen na zijn dood, de ­sloeber.’


Twintig twintig


Een maand voor zijn overlijden schreef Caroline Pauwels in haar intentieverklaring dat ze van de VUB een ‘meelevende universiteit’ wilde maken. Een plek waar pijn, verdriet en rouw om overleden ­studenten en personeelsleden een plaats moesten krijgen. Kunstenaar Philip Aguirre maakte er een Monument van Troost voor.





Pauwels: ‘Ik had me ingesteld op een zwaarmoedig gesprek.’ Vanclooster: ‘Ik ook. Maar ik vertrek optimistischer dan ik toekwam.’

‘We zijn niet katholiek, maar wel aan rituelen gebonden’, vertelt ze. ‘Ik kwam lang geleden op het idee nadat een student was verongelukt. Hij was eens stomdronken in de les opgedaagd. Ik stuurde hem naar huis. Hij wilde in de auto kruipen. Dat heb ik hem belet. “Wat als je iemand dood rijdt?”, spelde ik hem de les. Hij is kort daarna verongelukt. We wisten niet dat we ze zo snel zouden moeten gebruiken, die plek.’


‘Er zijn drie plaatsen die ik altijd verken als ik in een stad kom’, zegt Lucas Vanclooster. ‘De begraafplaats, de bioscoop en het zwembad. Daar achterhaal je de psychologie van een stad en haar inwoners.’


‘Ik heb Frederik niet persoonlijk gekend,’ zegt Pauwels, ‘maar ik hoorde van zijn medestudenten dat hij de charme zelf was. En grappig!’

‘Ik wil de stukken van Reinhilde Decleir aan de VUB tonen, zodat de studenten zien waar mensen die zogezegd afgeschreven zijn toe in staat zijn’
 Caroline Pauwels

‘Dat had hij niet van mij. Ik ben nooit een olijkerd geweest,’ zegt Vanclooster, ‘maar ik herinner me dat ik op 31 december 2019 dacht: 2020 wordt een mooi jaar. Het klinkt goed, twintig twintig. Het pensioen wenkte. Misschien zou eindelijk het tij ­keren na die donkere jaren van populisme, Trump en Brexit. Misschien zouden we een federale regering krijgen.’ Hij zwijgt. ‘Grapje hoor, dat laatste. Zo naïef ben ik nou ook niet.’


Hij lacht. Niet voor het laatst vanavond. Zij ook, aanstekelijk. ‘Curieus’, zal ze de volgende ochtend aan de ontbijttafel zeggen. ‘Ik had me ingesteld op een zwaarmoedig gesprek.’ Hij ook. ‘Ik vertrek hier straks optimistischer dan ik toekwam.’ Humor helpt altijd. ‘Toen Kristien kanker had, zijn we allemaal flexitariër geworden. “Kanker is best gezond!”, grapte Frederik.’


Maar we moeten ons niet vergissen. Bij de rector is de kanker na een jaar niet weg en Frederik is niet terug. ‘De pijn’, schrijft A.F.Th. van der Heijden in ­Tonio over zijn verongelukte zoon. ‘Het is nog maar net begonnen.’ We beginnen daarom met de een­voudigste, maar zeker in deze omstandigheden ook moeilijkste vraag.


Hoe gaat het? 


Vanclooster: ‘Ieder verwerkt het op zijn manier. Kristien zoekt het in meditatie en yoga. Ik strijk graag met Led Zeppelin, The Who en zelfs Will Tura op de achtergrond.’


Vanclooster: ‘Het gaat. Ik slaag erin om te leven, een normale routine aan te houden, iets te betekenen voor mijn vrouw en dochter en andere mensen. Frederik is nog zéér aanwezig, en dat is goed. Als er eens een zeldzame dag is dat ik ’s avonds bedenk dat hij wat minder prominent in mijn gedachten was, vind ik dat niet per se positief.’


Ook Caroline Pauwels hangt niet in de touwen. Het energiepeil is laag, maar het moreel hoog.
Pauwels: ‘Ik heb mijn trieste dagen en zwarte gedachten. Natuurlijk. De kanker is een knauw in mijn bestaan. Ik had altijd energie voor tien. Er is het verdriet omdat er iets op je pad komt waar je verder mee moet. Het is ook surrealistisch. Overdag wil ik het soms vergeten, maar wanneer ik ’s avonds in bed kruip, overvalt de gedachte mij wel dat ik ernstig ziek ben. Er gebeurt ook veel moois. Een vriend noemde het a moment of personal bliss. Je voelt veel liefde, de mensen sluiten zich om je heen. En zie mij hier nu zitten! (ze kijkt verrukt rond) Ik ben dankbaar dat ik hier mag zijn, dat ik hier lekker eten krijg, dat ik Lucas mag ontmoeten.’ 

‘Het doet mij plezier dat de kunsten nu toch in het Journaal zitten. Ze mogen wel geen uitsmijter zijn. Het is verdorie nieuws, zeker als we ons land ermee op de kaart zetten’
Lucas Vanclooster
Ze prijst de roodgelakte, gegrilde bloemkool die op haar bord komt. Een kunstwerkje, zoals alles wat chef-kok Nicolas Decloedt van Humus x Hortense ons ook vanavond weer voorschotelt. ­Speciaal voor de rector is het menu aangepast. ‘Sinds kort ben ik overgeschakeld op macrobiotisch.’


Zwarte zonnen


Kleur! De rector en de gewezen ­radiojournalist – wie zijn stem hoorde, wist: cultuur! – hebben een ­gedeelde liefde voor kleur. Zij draagt een oranjerode broek met wijd flapperende pijpen, hij een hemd met kinderlijk vrolijke ­motiefjes. Een van zijn vingernagels, de rechterpink, is felrood gelakt.
‘Ik moet toch een beetje de anarchist blijven die ik was’, glimlacht hij. ‘Ik was 13 in 1968. Net iets te jong voor de hippies en later iets te oud voor de punk. Vroeger droeg ik een oorring. Het verbindt mij ook met Kristien en Flora, de zus van Frederik.’

‘In onze aula’s zitten soms 50 nationaliteiten. Dan wordt spreken heel moeilijk, want ik weet dat er in elke cultuur wel een sensibiliteit zit die ik als westerse vrouw niet altijd kan capteren’
Caroline Pauwels
Voor zijn deur in Vilvoorde staat een felgroene auto. ‘De vorige was rood.’ Hij houdt van oldtimers. ‘De auto’s hadden vroeger gewoon meer kleur. Zelfs in het Oostblok. Het was er slecht leven en straat en mens waren er grijs, maar de Trabants, de Wartburgs en de Lada’s hadden wel kleur.’
Wat hun beider levens bovenal kleurt: de kunsten. ‘Een beetje obsessief zelfs’, bekent Pauwels. ‘Mijn kinderen vinden dat ik overdrijf. Ik ben in het Shellgebouw overigens nog naar film komen kijken met hen, toen Cinematek hier tijdelijk was onder­gebracht.’


Hebben jullie het gemist, de tentoonstellingen, het theater?
Vanclooster: ‘Het valt mee, na al die jaren cultuurverslaggeving, moet ik een beetje ontwennen. Ik ben in het Louvre-Lens wel gaan kijken naar de tentoonstelling Soleils noirs. Kunst die geïnspireerd is door het zwart, bron van poëzie en zinnelijkheid. En ik heb veel gehad aan De kolibrie van Sandro Veronesi. Zijn boodschap is juist dat je weer moet opnemen wat je voordien interessant vond. Ze waren thuis dan ook blij dat ik ­opnieuw begon te snuisteren in mijn collectie papier over auto’s. (lacht) De kolibrie is wel de enige roman die ik het afgelopen jaar heb kunnen lezen.’
Caroline heeft het vaak over de verwondering, maar soms zegt het een mens ook niets meer?


Pauwels: ‘Jongeren hebben gelijk als ze ons ter verantwoording roepen.’
Vanclooster: ‘Zeker. Je neemt een boek vast en je raakt er niet in. Maar dat komt wel terug. Ieder verwerkt het op zijn manier. Kristien zoekt het in meditatie en yoga. Ik strijk graag met Led Zeppelin, The Who en zelfs Will Tura op de achtergrond. En Flora heeft net haar eerste jaar fotografie achter de rug met een reeks foto’s over Frederik. Ze heeft plekken gefotografeerd waar ze samen met Frederik prachtige ­dingen heeft beleefd. Ze gaf het als ondertitel: “Pas nadat je werd gevonden, begon ik met zoeken, en ik vind je overal”.’
‘Frederik had in zijn kamer een bordje hangen: Een dag niet verwonderd is een dag niet geleefd. Eigenlijk zei de natuur mij de jongste maanden meer dan kunst. Ik kijk voor het eerst in mijn leven naar de gierzwaluwen. Dat was ook de totem van Frederik bij de scouts, salangaan of Aziatische gierzwaluw. Volgens de totemgids van de scouts: zich aanpassend, acrobatisch, creatief, goed oriëntatiegevoel. Ze vertrekken elk jaar als eerste en ze komen ook als eerste terug. Het zal mij droevig stemmen wanneer ze straks weer vertrekken.’
Pauwels: ‘Mij hielden natuur, cultuur en vrienden – niet per se in die volgorde – in balans tijdens de lockdown. Als kind ging ik vaak op wandel in de natuur met een neef die bioloog was. Hij legde mij alles uit, ik tekende het na. Maar om terug te komen op de kunst: ik ben ook zeer blij dat er weer meer kan. Een klein concertje en een drive-inbioscoop, dat is charmant, maar veel mensen snakken toch opnieuw naar the real thing. Er is in dit land ook zoveel te beleven.’
‘Ik heb heimwee naar de lockdown. Het gaf de kans om dieper met mensen te praten. Maar of we veel geleerd hebben?’
Lucas Vanclooster
Vanclooster: ‘Ongelofelijk! Zo ­bedroevend het in dit land met de politiek is gesteld, zo verwend zijn we cultureel.’
Pauwels: ‘We zouden er veel trotser op moeten zijn. Architectuur, mode, muziek, literatuur … Scholen en universiteiten zouden het nog veel meer moeten benutten. De stukken van Reinhilde Decleir, ik wil die aan de VUB zien, zodat de studenten in contact komen met mensen in armoede, dat ze zien waar mensen die zogezegd afgeschreven zijn toe in staat zijn. (Tot Lucas) Heb jij het gevoel dat je bij de VRT een steen verlegd hebt?’
Vanclooster: ‘Ik heb gedaan wat ik kon. Ik heb gestreden en heb ook vaak verloren. Maar het doet mij plezier dat de kunsten nu toch in het Journaal zitten. Ze mogen wel geen uitsmijter zijn. Het is verdorie nieuws, zeker als we ons land ermee op de kaart zetten. Gerard Mortier zei altijd: eerst cultuur, dan economische welvaart. Dat was zo bij de Egyptenaren, dat was zo in de Gouden Eeuw van Holland.’
Is dat winst uit corona, het besef dat behalve goede gezondheidszorg ook kunst broodnodig is?


Pauwels: ‘Men zegt weleens dat wetenschap de wereld onttovert. Ik vind dat onzin. Wetenschap tovert ook.’
Vanclooster: ‘En vriendschappen. Ik heb heimwee naar de lockdown. Het gaf de kans om dieper met mensen te praten.’


Pauwels: ‘Het maakte ons bewust van essentiële ­beroepen en we voerden ook essentiële gesprekken.’
Vanclooster: ‘Maar of we veel geleerd hebben? Ik ben pessimistischer dan een maand of twee geleden. Het zijn toch altijd weer dezelfde lobbygroepen, zoals ­Voka, die hun uiterste best doen om over te gaan tot business as usual. Die omslag? Ik geloof het niet. Er is zelfs een soort hetze tegen het openbaar vervoer of tegen wonen in de stad. Nee, dan de tweedeverblijvers! Dat was nieuws.’
‘Hannah Arendt schreef altijd dat je met iedereen rond de tafel moest blijven praten. Je luistert naar elkaar, maar je struikelt niet over elkaar. Vandaag wordt er erg veel over elkaar gestruikeld’
Caroline Pauwels
Pauwels: ‘Het zal er maar van afhangen hoe groot de coalitie van de welwillenden wordt. Ik ondertekende mee de brief van Wivina Demeester waarin we corona een uniek moment voor de transitie naar ecowelvaart noemen. We zijn al lang uit balans. Zeker rond klimaat, de wetenschap is daar heel duidelijk over. De klimaatmarsen van de jongeren waren heel belangrijk, maar ook daar zag je krachten aan het werk die dat willen downsizen.’


Dave Sinardet schreef: ‘Laat ons de sterke waardering van de bevolking voor experts tijdens deze ­crisis aangrijpen om wetenschap een meer structurele rol in onze besluitvorming te geven.’ Toch geloven we wetenschappers blijkbaar liever als het over corona gaat dan over de klimaatcrisis. 
Pauwels: ‘Dat was in het begin van de coronacrisis zo, naderhand begon ook daar de ondermijning van de expertise. Ik zou willen dat Dave gelijk heeft, maar ik ben er niet zeker van. Ik ben geen voorstander van een technocraten- of expertenregering. Laat ieder zijn rol spelen. Wetenschappers moeten wel aanjagers zijn, vind ik. Ze hebben een maatschappelijk engagement.’
Dan noemt een Jean-Marie Dedecker of zo ze wel ‘activisten’? 
Pauwels: ‘Het is gevaarlijk om een wetenschapper ­opzij te zetten omdat zijn of haar inzichten je niet zinnen.’


Leonardo da Vinci 


‘Wetenschap is funest voor de verwondering en de verbeelding? Het is een misvatting die me droef maakt’, schrijft Caroline Pauwels in haar Ode aan de verwondering. Ze breekt een lans voor fundamenteel onderzoek, verwant aan de queeste van de kunstenaar. Leve ‘het nut van nutteloze kennis’, zegt ze ­samen met Nobelprijswinnaar François Englert. ‘Maar dan “nutteloos” volgens de vigerende, eco­nomische normen’, voegt ze eraan toe.


Thuis was er niet veel kunst. Ze heeft het zelf moeten ontdekken. Op haar vijftiende werd ze in het Franse Saint-Paul-de-Vence in de buurt van Nice ­zoals Paulus van haar paard gebliksemd. ‘Daar heb je het museum en het beeldenpark van de Fondation Marguerite en Aimé Maeght. Wauw! Ik hield er een immense bewondering voor de moed van kunstenaars aan over.’


Moed? 
Pauwels: ‘Ja, dat je er durft voor te kiezen, ook al weet je vooraf dat je er niet rijk van zal worden. Dat vond ik een zeer nuttig inzicht. Ik heb een boon voor iedereen die iets creëert, voor alles wat ambachtelijk goed gemaakt is. Mijn respect voor mensen die hun werk goed doen, is enorm. Ook voor wie ’s ochtends op het rectoraat de vuilnisbakken komt legen.’


Is het een gemis dat u zelf geen kunstenaar bent geworden? 
Pauwels: ‘Ik heb kinderen op de wereld gezet. Dat is ook creëren. (lacht) Nee, ik heb behalve communicatiewetenschappen ook filosofie gestudeerd en als ik mijn werk overschouw, merk ik daar toch een creatieve, rode draad in. Wetenschap vertrekt van dezelfde bron als kunst: je probeert iets te vatten wat niet meteen te vatten is. Men zegt weleens dat wetenschap de wereld onttovert. Ik vind dat onzin. Wetenschap tovert ook. Ik heb nog nooit een saaie wetenschapper ontmoet.’


Vanclooster: ‘Vaak zijn het geweldige mensen. Ze hebben meestal iets poëtisch of filosofisch, zoals de wiskundige Jean Paul Van Bendegem. In het vierde jaar van Frederiks humaniora heeft een leraar wiskunde hem naar dat vak geleid dankzij ironie en ­humor. Misschien dacht Frederik wel: ik wil ook zo’n leraar worden.’


Pauwels: ‘Veel wetenschappers zijn ook kunstzinnig. Er is bij ons een professor wiskunde die, bij wijze van experiment, tijdens zijn lessen pianospeelt, hoe prachtig. Daarom vind ik het zo jammer dat we studenten opsluiten in silo’s, vakgroepen, faculteiten. Als filosoof had ik het geluk om aan te sluiten bij iMinds, nu Imec, dat onderzoek doet naar de impact van technologie. Als sociale wetenschappers zaten we daar samen met ingenieurs en informatici. Ik voelde me net Leonardo da Vinci.’


‘We leren aan de VUB mensen graag denken voor zichzelf, we proberen geesten wakker te schudden. Het is makkelijk om een ander kritisch te bekijken, in de eigen spiegel is dat een stuk moeilijker. Dat leert ook Hannah Arendt ons. We openen straks ook voor de vierde keer het aca­demiejaar samen met de KVS. We zouden kunst en wetenschap nog meer in het curriculum moeten krijgen. Het is misschien niet de creativiteit van de kunstenaar, maar het vergt voor het academisch personeel net zo goed verbeelding om dit allemaal te betrachten.’


Vanclooster: ‘Misschien gaat het zelfs langer mee dan kunstwerken.’


Pauwels: ‘Goede kunst blijft toch overeind?’


Vanclooster: ‘Nou, je moet in de Standaard Boek­handel maar eens naar Hugo Claus zoeken. Of naar een strip van Marc Sleen. Als je daarentegen in het ­onderwijs kunt vernieuwen, studenten iets kan meegeven, investeer je ook in de toekomst. De kinderen voeden vervolgens ook de ouders op.’
Lucas, weinigen weten het, maar u figureert onder het pseudoniem Johny Van Tegenbos in de verhalenbundel Mooie jonge goden (1986). U deelde daar het podium met Tom Lanoye en Herman Brusselmans. 
Vanclooster: ‘En helaas geen vrouwen, Kristien Hemmerechts is daar terecht nog erg kwaad over geworden. Maar het klopt, ik heb vier romans geschreven. Die vind je zelfs niet meer in De Slegte. (lacht) Ik heb het geprobeerd, maar na enkele jaren was ik uit­geschreven. Ik hoorde grote kunstenaars bezig en dacht: het is even waardevol om andermans kunst te verspreiden dan om zelf te scheppen.’
U was in een vorig leven chauffeur van Gerard Mortier. U leerde van hem, zo zei u in De Morgen, dat ‘kunst en cultuur het hoogste zijn’. En alles behalve elitair. 
Vanclooster: ‘Dat zei ik voordien ook al, als leraar in het beroeps- en technisch secundair onderwijs. Veel kunstenaars zijn van eenvoudige afkomst, absoluut geen elitaire mensen. Mortier heeft de vlam in mij nog hoger doen oplaaien, dat klopt. Ik leerde hem toevallig kennen omdat mijn eerste vrouw gitarist was. Mortier hield een toespraak toen ze afstudeerde. Hij zei zo krachtig wat ik al voelde dat ik nadien tegen hem zei: “Eigenlijk zou heel het land dat moeten horen.” Ik nodigde hem uit in Brugge. Toen zijn chauffeur met pensioen ging, vroeg hij mij en omdat ik toch een beetje was uitgekeken op het onderwijs, zei ik ja. Heerlijke gesprekken gehad met hem en met vele andere die ik mocht vervoeren, van Maurice Béjart tot de operazangeres Maria de Montserrat ­Caballé.’


Mist u hem? 
Vanclooster: ‘Ja. Mortier en Jan Hoet, dat waren twee lichtflitsen, dat hebben we daarna niet meer gezien.’


Pauwels: ‘Ik herinner me een legendarisch debat tussen Hoet en Frans Boenders aan de VUB. Vonken dat dat gaf! Dat hebben we vandaag, in transitietijd, ­opnieuw nodig: mensen die u wegblazen, anders doen kijken en denken. Hoet heeft trouwens in de Gentse Bijloke eens een tentoonstelling over het nut van het nutteloze georganiseerd.’


In Vlaanderen neigt de visie op het onderwijs eerder … 
Pauwels: ‘… naar excelleren?’


Ja, en naar kennis en punten eerder dan beleving of sociale vaardigheid, wat tegenstanders ‘de verleuking van het onderwijs’ noemen. 
Pauwels: ‘Albert Einstein is het beste tegenargument. Hij zei – en ik parafraseer: je springt niet verder in het leven omdat je kunt vermenigvuldigen of aftrekken, maar omdat je verbeelding hebt. Wist je dat hij een taalachterstand had? Het heeft hem geholpen om anders te leren denken.’
Vanclooster: ‘Het gaat perfect samen, streven naar ­excellentie en kennis en tegelijk poëzie én humor in het onderwijs brengen.’ 


Woke


Met de oprichting van het Hannah Arendt-instituut in Mechelen, een initiatief van Pauwels en haar Antwerpse collega Herman Van Goethem, bevestigt de rector hoezeer ze de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel draagt. De universiteit ziet ze als een vrijhaven. Ze was het dan ook niet eens met de linkse actievoerders die het drie jaar geleden toenmalig staatssecretaris voor Migratie en Asiel Theo Francken (N-VA) onmogelijk maakten om te spreken aan de VUB.
Het is een mooi voorbeeld van wat recentelijk in een mede door Francken ondertekende open brief de ‘cancelcultuur’ wordt genoemd. Vooral op links, van Black Lives Matter tot lgbtq+, zou de onverdraagzaamheid voor afwijkende meningen dermate grote proporties aannemen dat de vrijheid van menings­uiting in gevaar komt.


Bent u ook zo bang voor de onverdraagzaamheid van wie woke heet te zijn? Of vragen die terecht aan wie altijd al meer privileges had om even te ­dimmen? 
Pauwels: ‘Mensen die klagen dat “ze niets meer ­mogen zeggen”, hebben wel nog altijd het woord. Die woke activisten vragen terecht: spreek mét mij, niet óver mij. Ik leerde dat bij Gandhi: alles wat je voor mij doet, maar niet met mij, doe je tegen mij. Maar ik maak me wel degelijk zorgen over het politiek correcte denken en de zelfcensuur die we soms toepassen. In onze aula’s zitten soms vijftig nationaliteiten. Dan wordt spreken heel moeilijk, want ik weet dat er in elke cultuur wel een sensibiliteit zit die ik als westerse vrouw niet altijd kan capteren. Je spreken verliest spontaniteit en dat vind ik niet goed.’


Vanclooster: ‘Ik geloof toch dat de universiteit in de voorhoede van de diverse samenleving moet staan. Er zijn al veel studenten met een migratieachtergrond, die zullen zich niet meer laten tegenhouden.’


Pauwels: ‘Klopt, maar ook bij ons zijn er impliciete vormen van discriminatie. Wie staat er voor de aula? Mijn collega’s zijn wit, punt. Er is al meer personeel van kleur, maar het is niet genoeg, we moeten het rechttrekken. Ik heb ook onze studenten van kleur al opgeroepen om ons te helpen. Onze aula is divers, onze studentenraad is wit. Ze klagen dat zelf aan, maar dan zeg ik: het is aan jullie om er iets aan te doen. Dan merk ik soms dat ze het zelfs niet meer melden, omdat ze er niet in geloven. “We maken dat al mee sinds de kleuterschool.” Ik heb schrijnende verhalen gehoord, de VUB onwaardig. Iemand zei mij: “Als de decanen naar ons kijken, zien ze hun kinderen niet. Ze hebben geen voeling met wat wij meemaken.”’


‘Dat gezegd zijnde, het beangstigt mij hoever het politiek correcte denken op Amerikaanse campussen is doorgeschoten. Hannah Arendt zei en schreef altijd dat je met iedereen rond de tafel moest blijven praten. Je luistert naar elkaar, maar je struikelt niet over elkaar. Vandaag wordt er erg veel over elkaar gestruikeld. Het is goed dat witte mannen zich bewust zijn van hun privileges, maar zet ze niet weg, stuur ze niet weg van tafel.’


Is Dries Van Langenhove welkom aan uw universiteit? 
Pauwels: ‘De studenten hebben hem eens uitgenodigd voor een verkiezingsdebat. Dat is niet doorgegaan, omdat ze de andere gasten niet op voorhand hadden verteld wie er in het panel zou zitten. Zou ik hem uitnodigen? (denkt na) In een panel met meerdere stemmen, waarom niet? Maar de rector nodigt zelf niet uit, dat laten we aan de studenten over.’
U wilt blijven praten met Schild & Vrienden, zei u, omdat sommige van uw studenten daar ook lid van zijn. Blijft u ook met hen praten als ze de meest ­gore racistische memes posten, zoals Panorama liet zien? 
Pauwels: ‘Ik las in uw krant het interview met mensenrechtenactivist Philippe Sands. Hij dook in het hoofd van topnazi’s. Hij zei, en Hannah Arendt schreef dat ook in Eichmann in Jeruzalem: de banaliteit van het kwaad: je kunt een goede huisvader zijn, je kinderen en je vrouw graag zien en toch misdaden begaan. Het wil niet zeggen dat je geweld­pleging of crimineel gedrag op een of andere manier minimaliseert. Ik weet ook niet tot welk kwaad ik in staat zou zijn. Ik moet denken aan dat citaat dat aan de Boeddha wordt toegeschreven: “Let op je gedachten, want ze worden je woorden. Let op je woorden, want ze worden je acties. Let op je acties, want ze worden je gewoontes. Let op je gewoontes, want ze worden je karakter. Let op je karakter, want het wordt je lot.” Laten we dus blijven praten. Soms ­zitten achter felle standpunten persoonlijke trauma’s. Die moet je blijven willen achterhalen.’


Hoe staat u tegenover het neerhalen van standbeelden? 
Pauwels: ‘Daar hou ik niet van. Oké, er zijn er te veel. Ik vind het belangrijker dat de schoolboeken dringend worden aangepast. Over Congo heb ik zó weinig geleerd, dat zou gewoon niet mogen. Ik hoop dat het vandaag anders is, maar ik vrees ervoor.’


Vanclooster: ‘Ik vind dat Leopold II uit het straatbeeld mag verdwijnen. Dat we zo onze geschiedenis zouden verdoezelen, is onzin. Die beelden zijn niet opvoedend, maar verheerlijkend bedoeld.’
Lucas, de VRT schrapte een grap van Geert Hoste uit De ideale wereld om Vlaams Belang niet voor het hoofd te stoten. Cancelcultuur? 
Vanclooster: ‘Zelfcensuur. Nu, ik zou dat volledige programma schrappen. Lijkt nergens meer naar. Druk van bovenaf heb ik nooit ervaren, maar je merkt wel dat journalisten uit zichzelf rekening beginnen te houden met de onderbuik van de samenleving. Frappant was het voorbeeld van de Afghaanse jongen die in het zwembad van Koksijde een meisje zou hebben aangerand. Bleek niets van te kloppen, maar het werd toch maar snel gebracht want “anders zouden we weleens het verwijt kunnen krijgen dat we iets hebben verzwegen uit politieke correctheid”. Ik snap wel dat het soms snel moet gaan, maar dan moet je je achteraf ook verontschuldigen als het niet klopt.’


N’être


‘Ach, diversiteit’, verzucht Vanclooster. Samen met Pauwels gelooft hij heel sterk in de jeugd. ‘Voor hen is het doodnormaal. Over een oude klasfoto van Frederik zei iemand: “Behalve Frederik staat er maar één andere blanke op.” En die kwam van Oezbekistan. (lacht)’
Hun kinderen zijn van dezelfde leeftijd. Frederik en Flora, Emil en Anna Violette. Jong volwassenen. Caroline Pauwels heeft ze in haar eentje opgevoed. ‘Hun vader was een nomade, een reiziger. Boven op zolder hebben we een soort museum, er staan zeker vijf totempalen die hij meebracht van zijn reizen. Ik houd ook heel veel dingen bij van de kinderen. Dingen die ik allemaal had moeten weggooien, bij wijze van spreken.’


‘Vooral niet doen’, bezweert Lucas haar.


Het wordt even stil. ‘Wat kinderen vooral niet moeten doen, is vertrekken voor hun ouders’, zegt zij.
Hannah Arendt heeft het over ‘N’être’ of nataliteit: het idee dat wat is altijd nog kan veranderen. Dat geeft hoop. Maar is de dood geen absolute cesuur? 
Pauwels: ‘Afscheid nemen is iets heel definitiefs, en toch, je internaliseert diegene van wie je afscheid neemt. Ik heb de stemmen van wie er niet meer is vaak sterker in mezelf dan toen ze er nog waren.’


Vanclooster: ‘Er is wel geen tweerichtingsverkeer meer mogelijk met de overledene. Soms, als ik sta te strijken met Will Tura op, zeg ik: “Hoor je het, mama?” (lacht) Zij hoort het natuurlijk niet, maar ik hoor haar wel.’


Pauwels: ‘Ik zeg dit met enige schroom, maar ik voelde veel verdriet toen mijn kinderen het huis uit waren. Je voedt ze alleen op, ineens zijn ze weg.’


Vanclooster: ‘Ik heb dat ook nog gedacht toen ik de kinderen boven hoorde stoeien: op een bepaalde dag zal het hier stil zijn. Het gezin is het enige maatschappijtje dat de mens zelf kan maken. Met een eigen cultuur, een eigen geschiedenis, zelfs een eigen dialect.’


Pauwels: ‘Nu, ik heb ook vaak genoeg naar boven ­geroepen: “Kan het daar wat stiller?” en “Sla niet op je zus!”’


Jongeren zijn de toekomst. Daar zijn zij, vijftiger en zestiger, het roerend over eens. En ze zouden positiever in het nieuws moeten komen.


‘Mijn mentor, Urbaan De Becker, geloofde 100 procent in de jeugd’, zegt Vanclooster. ‘Hij kon het niet hebben dat ze van alles en nog wat de schuld kregen. “De politie moest uitrukken om de jongeren in bedwang te houden.” Hij zei: onzin, die moest helemaal niets, die rukten gewoon uit omdat ze dat plezierig vinden.’


‘De veerkracht van jongeren vind ik ongelofelijk’, zegt Pauwels. ‘Ze zullen niet stoppen met protesteren tegen racisme en tegen de roofbouw op mens en planeet en ze hebben overschot van gelijk. Ze moeten ons ter verantwoording roepen. Onze generatie moet ­natuurlijk niet alle zonden van Israël op zich laden, maar we zijn wel een gigantische verantwoordelijkheid aan het ontlopen.’


Maar ze moeten niet zo met het vingertje wijzen, hoor je dan wel eens. 
Pauwels: ‘Ik vind het heel klein wanneer volwassenen hen ridiculiseren of wegzetten als autist, zoals ze met Greta Thunberg deden. Maar ze moeten wel oppassen voor doemdenken. Als mensen zich samen zetten, zoals na de Tweede Wereldoorlog, kunnen er grootse dingen gebeuren. We zijn mee betrokken bij de Jonge Academie. Ze jagen ons aan, die jongeren, ze houden ons wakker.’
Ze geeuwt. Het is na middernacht, de slaap wenkt. Ze heeft beter leren te luisteren naar haar ­lichaam, zegt ze. ‘We hebben zo’n fascinatie voor de kosmos, hoe straf die is. Maar dat is het lichaam ook. Extreem vernuftig hoe dat in elkaar zit.’


We kunnen ons voorstellen dat u dat lichaam het voorbije jaar ook vervloekt hebt? 
Pauwels: ‘Eigenlijk niet, je snapt dat alles met elkaar verbonden is.’


Hiv


Wandelen beveelt dat lichaam haar de volgende ochtend. Ze heeft er al een flinke tocht naar de Marollen op zitten wanneer ze aanschuift voor het ontbijt. ‘Ik ben dol op rommelmarkten. Ik vind er altijd wel iets voor ons familiemuseumpje op zolder.’


Halfnegen ’s ochtends en de verwondering sloeg alreeds toe. Het ontroert haar mateloos, zei ze eerder, hoe je plots op de gekste momenten en plaatsen armen om je heen voelt. ‘Ook nu weer. Er kwam een man naar mij toe. “Mevrouw Pauwels,” zei hij, “ik heb hiv sinds 1986 en kijk naar mij! Ik ben er ook nog.”’



Vanclooster: ‘Dat heeft ook mij ontroerd. Al die mensen die mee kwamen zoeken naar Frederik.’
Wordt het na zes maanden niet heel stil? 
Vanclooster: ‘Het is soms goed dat het stil is. Maar het wordt niet heel stil, nee.’


Het gesprek duurt voort na het gesprek. Per mail. Zij stuurt een Engelstalig gedicht van haar zoon.


The passing of seasons, the setting of the sun
Because when things end, other things begun.
Hij antwoordt met Anna Enquist.
      Wat hier staat spint je in met
plakkende draden, kleeft je vast
in trappen en kamers. Hoe
zou het zijn om uit je schoenen te springen,
de poort dicht te slaan? Blootsvoets
in het gras je ontdoen van herinneringen?
      Dat gaat niet. Geen denken aan. 




The soul is healed

 by being with children and animals…



When I die,
they’ll bury the blues with me.
But the blues will never die.

- John Lee Hooker -





Facing everything,
let go
and attain stability
- Taigen Dan Leighton -







We are more alike, my friends,
 
 than we are unalike.
 
- Maya Angelou -






Life imitates art far more 

than art imitates Life.

 Oscar Wilde

Photo by Stefan Chandra





Who are we as human beings 
 
if we ignore the suffering of others?
 
 


Alfred Eisenstaedt. 

Children at a puppet Theatre, Paris, 1963. 




Human beings are not born once and for all 
 
on the day their mothers give birth to them, 
 
but … life obliges them
 
 over and over again 
 
to give birth to themselves.
 
- Gabriel García Márquez -







Do you want to feel young again? 
 
Learn something new. 
 
Being a student makes your mind fresh and curious
 
 like a little kid again.
 
❖ Haemin Sunim❖
 
 



Oude pijn transformeren, 

hoe doe je dat?

oude pijn

Genadeloos, zo voelt het oordeel van een ander over mij. Ik word diep geraakt. Een oude pijn vlamt heftig op. De pijn van niet goed genoeg zijn. Een pijn die ik al heel lang met mij meetors, die mij zo vaak onderuithaalde of compleet vloerde. Dagenlang, soms zelfs weken. De pijn van een belemmerende overtuiging die ik al jong ben gaan geloven: ik ben niet goed genoeg en moet nog meer mijn stinkende best doen. Een persoonlijk relaas over oude pijn transformeren.

Mijn emoties gaan meteen met mij aan de haal

Onzekerheid, schaamte, schuld, afkeuring, me weer heel klein voelen… Ze passeren allemaal de revue. En toch voel ik al zoveel beter dat zij getriggerd worden door het oude verhaal. Het oude verhaal dat we allemaal wel herkennen in ons leven: van niet goed genoeg zijn, niet gezien worden, niet gehoord worden, er niet bij horen.
Een verhaal dat niet klopt, omdat ik het niet zelf heb geschreven. Ik heb het – net als jij – aangeleerd gekregen, overgenomen, opgepikt. Het zijn de inprentingen uit mijn jeugd via mijn ouders, familie, leraren, vrienden en ga zo maar door. De overtuigingen van een ander. Vaak ben ik me daarvan niet eens bewust. Helaas ben ik dat oude verhaal gaan geloven en als gevolg daarvan mijzelf gaan afwijzen. Voel ik oude pijn.

Als een geslagen hond met de staart tussen de benen

Mijn eerste reactie was lang om mij te wentelen in die heftige emoties. Er helemaal door en in meegezogen worden en mij een slachtoffer voelen dat het liefst in een hoekje wegkruipt. Mezelf onzichtbaar maken. Als een geslagen hond die met de staart tussen de benen afdruipt naar zijn mand, om daar af en toe sluiks even zijn ogen te openen in de hoop dat iemand ziet hoezeer hij lijdt.
Op die wirwar van heftige emoties haakt ook de kwebbelende aap in mijn hoofd gretig aan. Slingert zich vrolijk van het ene hersenspinsel naar het andere. ‘Na na nanana, zie je wel je kunt het niet, stop er maar mee, bedrieger…’ Terwijl ik die emotionele pijn voel, kruipt de fysieke pijn op vanuit mijn maag. Mijn lichaam dat mij zo laat weten wat om aandacht vraagt. Mijn lijf dat mij liefdevol de weg wijst naar waar deze overtuiging zich heeft vastgezet.

Deze oude pijn mag gezien worden, net zoals ik gezien mag worden

Dankbaar voor dit teken zoek ik een plek om even alleen te zijn, rustig te zitten, en sluit ik mijn ogen. Deze oude pijn mag gezien worden, net zoals ik gezien mag worden, weet ik inmiddels. Dat is de enige manier waardoor die pijn zich transformeert en heelt, elke keer een beetje meer. Ik concentreer me een poosje op mijn ademhaling door mijn in- en uitademingen te tellen. Zo maan ik mijn kwebbelende aap tot rust. En ga dan met mijn aandacht naar de plek in mijn lijf waar ik de pijn voel – mijn maag – en adem daar met rustige en diepe ademhalingen naartoe en doorheen. Ik voel de pijn en het verdriet daaronder heel intens en laat het er zijn, zonder ervan weg te vluchten. En ik blijf doorgaan met zo ademen.
Wanneer ik weer in mijn hoofd schiet en in het oude verhaal beland, verleg ik mijn aandacht naar mijn ademhaling. En vervolgens weer naar de plek in mijn lijf waar ik de pijn voel. Terwijl ik in mijn lijf voel wat er te voelen valt, en ook mijn tranen mogen stromen, ontspant de knoop in mijn maag. Het wordt makkelijker om daar doorheen te ademen. Ik ga hier net zolang mee door totdat het rustiger in mij wordt en ik voel dat het voor nu klaar is.

- Inspirerendleven.nl - 




vrijdag 24 juli 2020

Damian Drewniak‎ #photography.


Our mind has its history, just as our body has its history. 

You might be just as astonished that man has an appendix, for instance. 

Does he know he ought to have an appendix?

 He is just born with it….

Our unconscious mind, like our body, is a storehouse of relics and memories of the past. 

A study of the structure of the unconscious collective mind would reveal the same discoveries as you make in comparative anatomy. 

We do not need to think that there is anything mystical about it.

- Carl Jung - 

 





We have understood that the destruction of the environment is an enormous danger. 
 
But I truly believe that the lack of adequate imagery is a danger of the same magnitude.
 
 It is as serious a defect as being without memory. 
 
What have we done to our images?
 
 What have we done to our embarrassed landscapes? 
 
I have said this before and will repeat it again as long as I am able to talk:
 
 if we do not develop adequate images we will die out like dinosaurs.
 
-  Werner Herzog -
 
NITCH
 
 





Most people don’t grow up. 
 
It’s too damn difficult. 
 
What happens is most people get older.
 
 That’s the truth of it. 
 
They honor their credit cards, they find parking spaces, they marry, they have the nerve to have children, but they don’t grow up.
 
 Not really. 
 
They get older. 
 
But to grow up costs the earth, the earth.
 
 It means you take responsibility for the time you take up, for the space you occupy. 
 
It’s serious business. 
 
And you find out what it costs us to love and to lose, to dare and to fail. 
 
And maybe even more, to succeed. 
 
What it costs, in truth. 
 
Not superficial costs, anybody can have that, I mean in truth.
 
-  Maya Angelou -
 
NITCH
 
 






We don’t like some human beings because they reflect something we don’t like inside ourselves.
 
 We think it is in the other, but actually we carry this trait ourselves. 
 
Now, if you were empty of this trait that you don’t like, you wouldn’t judge it. 
 
When you are free of that judgement, the trait ceases to appear, even external to you. 
 
You don’t see it, or at least you look towards it with great compassion and understanding, because you know it is not intentional.
 
 We are not really ignorant by choice.
 
 It seems like something is hiding the real seeing. 
 
So when you meet someone whose presence triggers discomfort within yourself, often it is because there is something there within you worth reflecting upon. 
 
Now I take you a step further than this.
 
 This which you are seeing in others and in yourself, this self that you find fault with, is only the idea you have of who you are and its own conditioning. 
 
It is not the true Self. 
 
It is only the acquired state, the learnt or constructed self. 
 
This is where all the bad smell is coming from. 
 
Rather than rejecting those encounters, the wise welcome them.
 
- MOOJI -
 
 
 
 





Feelings and our emotions are meant to be felt, acknowledged, named, and allowed to move through the body.
 
 Never suppress, deny, or pretend that you're not feeling something because you think it is a sign of weakness. 
 
This will not end well for you or others.
 
 Pause, feel, name, and understand where your feelings are coming from, before you take any actions.

Emotions make you real. 
 
You are real so feel deeply my loves, don't hold back.
 
- Barb Schmidt -
 
 





‘Pas wanneer je jezelf kunt aanvaarden, word je interessant voor anderen’

Liedjesschrijver Jonas Winterland doet de dingen graag traag en doordacht.

Want wat van belang is, verdient alle tijd.




 
Jonas Winterland: ‘Ik ben mijn angsten in de ogen gaan kijken: wat is dit juist en waarom maakt het me bang?’

Charlie De Keersmaecker
1 De beloning is het maken zelf 
 
‘Maak iets en besef dat het maken zelf de beloning is. Of het nu een liedje is of iets wat je uit hout snijdt: het bedenken en voldoende tijd nemen om het ten uitvoer te brengen, is de beste therapie. Voor makers is de verleiding groot om zo veel mogelijk applaus te willen voor het eindresultaat. Je denkt dat daarin de beloning ligt, maar dat is een vergissing. Natuurlijk is het een surplus als wat je maakt zijn weg vindt en appreciatie krijgt: dat is fijn en geeft je energie om voort te doen. Maar het voorrecht hebben om met woorden en muziek bezig te kunnen zijn, is uiteindelijk wat telt.’

2 Schat traagheid naar waarde 
 
‘Op een ochtend stond ik geweldig te stressen om mijn toen driejarige zoon op tijd op school te krijgen. Het duurde een eeuwigheid om de vijf meter van de voordeur tot de auto te overbruggen. Elke kiezel die hij tegenkwam, raapte hij op om uitgebreid te bewonderen. Intussen bouwde de stress zich bij mij op, want ik had een afspraak in de grotemensenwereld en ik dacht dat alles daarvan afhing. Maar opeens kantelde mijn perspectief en zag ik een spiegel van mezelf. Mijn ouders hoorden vroeger op elk oudercontact dat ik me moest leren haasten om later mee te kunnen. Waarom ik te traag was of met wat ik mee moest kunnen, legde niemand ooit uit. Je doet meer kwaad dan goed als je je innerlijke tempo niet volgt. Voor de belangrijke dingen in het leven moet je juist voldoende tijd nemen. Zo ben ik gedebuteerd op mijn 29ste, dus niet heel vroeg, maar ik ben dan ook met een plaat gekomen waarvoor ik me later nooit heb moeten schamen.’

3 Wees gastvrij voor je angsten 
 
‘De eerste twintig jaar van mijn leven liep ik met een grote boog om al mijn angsten heen. Ik had telefoonangst, dus liet ik mijn ouders telefoontjes voor me doen tot op een leeftijd waarop het wat gênant werd. Later ben ik mijn angsten in de ogen gaan kijken: wat is dit juist en waarom maakt het me bang? Zo heb ik lang gedacht dat ik nooit op een podium zou durven te staan, tot ik me inschreef voor een workshop songschrijven bij Bram Vermeulen. Bijna was ik niet opgedaagd, want ik moest er alles doen wat ik niet zag zitten: mijn vertrouwde omgeving verlaten, praten met onbekenden en hun mijn muziek laten horen … De eerste poging om een liedje voor de groep te brengen, was vreselijk: ik raakte niet tot het einde van het lied en zag hoe iedereen me vol compassie aankeek. ‘Mag ik nog eens proberen?’, hoorde ik mezelf opeens vragen. Toen wist ik dat het toch iets moest zijn wat ik écht graag wilde. Nu besef ik dat faalangst onnodig is. Falen is eigenlijk heel mooi, want het betekent dat je iets op het spel hebt gezet. En dat doe je alleen voor belangrijke dingen.’

4 Leer om alleen te zijn 
 
‘Ik schrijf graag over de liefde: ik ben er grote fan van. Maar liefde alleen is niet genoeg. Je moet jezelf redden voor iemand anders het kan. Je moet alleen met jezelf in een kamer kunnen zijn en jezelf kunnen horen denken. Alleen zijn met jezelf geeft je een beter inzicht in je eigen hersenkronkels. Pas wanneer je jezelf kunt aanvaarden, word je interessant voor anderen. Ik denk ook echt dat we fundamenteel alleen zijn en elkaar nooit volledig zullen kunnen doorgronden. Maar dat is oké: als je iets volledig begrijpt, kun je het klasseren en ben je ervan af. Net omdat we iemand anders niet helemaal begrijpen, gaan we op zoek naar mogelijke verbindingen. We kunnen niet anders, want als we in onszelf rondjes blijven draaien, worden we gek.’

5 Hoofd en lijf gaan samen 
 
‘Al voor ik professioneel met muziek bezig was, had ik last van oorsuizen. De eerste specialist die ik daarvoor zag, schreef me een batterij kalmerende middelen voor. Mijn huisarts pakte het anders aan. Ze vroeg me of ik al eens geprobeerd had om te gaan wandelen. Eerst voelde ik me bedot: wandelen? Maar onderzoek wijst uit dat een uur sporten of wandelen hetzelfde effect kan hebben als antidepressiva. Sindsdien ben ik me veel bewuster van de samenhang tussen fysieke en mentale zaken. Goed voor je lichaam zorgen begint met goed voor je geest zorgen. Bij mij was lopen het eerste wat er tijdens de lockdown bij inschoot. Onlangs ben ik er weer mee begonnen en ik voelde meteen hoe ook mijn hoofd ervan opklaarde.

Voor ik Berichten uit de schemerzone (zijn jongste album, met naast een cd ook een boek met aantekeningen en verhalen, red.) maakte, heb ik een sabbatjaar genomen, omdat ik nog te weinig plezier beleefde aan optreden, wat natuurlijk heel raar was. Toen mijn huisarts me aanraadde om naar een psycholoog te gaan, reageerde ik daar eerst nogal vijandig op. Maar zodra ik ging, vroeg ik me af waarom ik er zo lang mee had gewacht. Je hoort er jezelf inzichten krijgen. Je zou het jezelf dus af en toe moeten gunnen, en niet alleen wanneer je echt grote mentale problemen hebt. Het werkt ook prima uit voorzorg.’

- De Standaard -








Sommige mensen veroorzaken geluk overal waar ze lopen,
anderen zorgen ervoor als ze weggaan.

– Oscar Wilde –




When somebody provokes your anger, the only reason you get angry is because you’re holding on to how you think something is supposed to be. 

You’re denying how it is. 

Then you see it’s the expectations of your own mind that are creating your own hell.

 When you get frustrated because something isn’t the way you thought it would be, examine the way you thought, not just the thing that frustrates you. 

You’ll see that a lot of your emotional suffering is created by your models of how you think the universe should be and your inability to allow it to be as it is.

- Ram Dass-