Ouders zouden hun kinderen onvoorwaardelijke liefde moeten bieden en als de kinderen iets doen wat hen teleurstelt, moeten zeggen: 'Goed, je faalt, maar dat wil niet zeggen dat ik niet meer van je houd.' Want voor veel mensen lijkt dat hetzelfde te zijn: falen en niet meer geliefd worden. Die mensen denken, vrezen, dat als ze iets fout doen, er niet meer van hen wordt gehouden.
Daarom blijft dat falen in familiekring voor heel veel mensen, hoe volwassen zij inmiddels ook zijn geworden, gevoelig liggen. Want je familie moét van je houden.
Volgens mij is de moed on fouten te maken één van de mooiste dingen die ouders hun kinderen kunnen meegeven. Het kind moet het gevoel krijgen dat hij fouten mag maken, zonder dat hij daarmee de liefde van de ouders verspeelt. Hij moet weten dat de meeste fouten weer hersteld kunnen worden, en ook - en dat vind ik heel belangrijk - dat zijn ouders voor hun geluk niet afhankelijk zijn van de kwaliteit van zijn prestaties. Want kinderen willen hun ouders zo graag gelukkig maken, dat ze heel gevoelig zijn voor ouderlijke teleurstellingen. Als ze daar te vaak mee worden geconfronteerd, kunnen zij zich totaal mislukt voelen en faalangstig worden.
- Else-Marie van den Eerenbeemt - Alle dochters! -