zaterdag 10 december 2022
I have spoken to so many people across the world who think sometimes – or often - about ending their lives. The urge to die, the longing for the rest of death, the pull of Thanatos and the shining void, is an urge as old and as powerful as life itself. I know that urge intimately. I spent much of my teenage years and early twenties thinking of death. I always felt there was something horribly wrong with me. I felt so ashamed. I felt so lonely in my pain. I thought I was the only one suffering so badly.
I didn’t want anyone to see the darkness inside me. I kept it all hidden.
But my pain was not a sign of my sickness. It was a part of me simply longing for love, understanding, kind attention, safety, home. My deepest feelings of unworthiness, my darkest terrors, my frustrations and anxieties – who would listen? Who would embrace the unworthy one? Who would shower the unloveable one with curiosity? Put their arms around the failed one? Hold me like a baby, let me weep and rage and come to rest?
When we push away our inner child - with their valid tears and shame and rage - deeper and deeper into the darkness of the unconscious, life becomes more and more unliveable.
It doesn’t matter how ‘good’ our lives seem on the surface. It doesn’t matter how successful we are, how much money we have, how much recognition we get, how many people adore us, how much we fill our days with usefulness and productivity. In the end, what we deny in ourselves will kill us – through addiction, through suicide, or simply through stress, exhaustion and boredom. That is a kind of suicide, too: a long, slow, giving-up on life. Living, half-alive, repressing our authentic selves, our creativity and our sense of play.
Look beyond the surface – we all have an inner child that longs to be met.
And the night is as beautiful as the daytime, and holds such healing power, if we can enter it with consciousness and love.
Hoe het leven te aanvaarden
Tinneke Beeckman
Positief denken voelt tegenwoordig als een verplichting. Zelfs bij zware tegenslag moet je denken dat je er sterker uitkomt. Maar in veel gevallen lukt dat niet, legt Lisanne van Sadelhoff uit (DS 1 december).Ze kaart in deze krant terecht de dwang tot positiviteit aan. Er is geen ruimte voor gevoelens die met verlies gepaard gaan, zoals verdriet, angst of woede.
Het positiviteitsdiscours komt vaak met Nietzsches aforisme, dat in het begin van Afgodenschemering staat: ‘Wat me niet ombrengt, maakt me sterker.’ Wie verder leest, merkt dat Nietzsche helemaal geen dwangmatige positiviteit nastreefde.
Nietzsche introduceert de genealogie als methode. De vraag is daarbij niet alleen welke waarden juist of goed zijn, maar hoe je bepaalt welke waarden je nastreeft. Onuitgesproken bepalen twee krachten de dominante waardeschalen, volgens Nietzsche: je kunt een levensbevestigende houding aannemen – dan omarm je het leven zoals het is, en alles wat daarbij hoort, zelfs het manifest onaangename. Of je hebt een levensontkennende houding – dan minacht je het leven zelf. Nietzsche verbindt ressentiment met die laatste houding, en hij ontwaart dat ressentiment bij uitstek in het christendom. Zo volgt het idee dat seksualiteit iets onreins is, uit die afkeer voor het aardse, net als het idee dat de mens zelf de oorzaak is van zijn lijden, door de erfzonde. Bij het leven horen onzekerheid, lichamelijkheid en eindigheid … Het christendom plaatst daar stellige zekerheden, ascetisme en een hemel als beloning voor het aardse lijden tegenover. Zo wordt dat geloof ‘de verbeteringsmachine van de zondige mens’. Die verdorven mens krijgt voortdurend voorgespiegeld hoe hij zou moeten zijn. Dat ideaalbeeld verschilt zo van hoe hij is, dat hij zich schuldig, beschaamd, nederig en klein voelt.
Nietzsche, zoon van een dominee, herkende de christelijke waarden en het ressentiment diep in zichzelf. Daarover gaat de overwinning op tegenslag waar je als een beter mens zou uitkomen: in een lange periode van ziekte (met zware migraineaanvallen) leerde de filosoof in zichzelf de levensontkennende strevingen te onderscheiden. In die beweging, schrijft hij, ‘buit een geslaagd mens vervelende voorvallen in zijn eigen voordeel uit; wat hem niet ombrengt, maakt hem sterker.’ En ‘dat ik vrij ben van ressentiment, wie weet hoe zeer ik ook in dat opzicht dank verschuldigd ben aan mijn lange ziekte!’ (uit Ecce Homo).
Met ‘wat me niet ombrengt, maakt me sterker’ streefde Nietzsche geen dwangmatig positivisme na
Tegenover het ressentiment stelt Nietzsche ‘amor fati’, liefde voor het lot: wat je ook doet, je bent je voortdurend bewust van het kwetsbare, breekbare, vergankelijke dat eigen is aan het leven. En je aanvaardt het, omdat het leven op die manier de moeite waard wordt. Zo wordt liefhebben genoeg van iemand houden om een gebroken hart te willen hebben als het afloopt. Eindigen doet het onvermijdelijk, vrijwillig of onvrijwillig. Liefde is dus geen zoektocht naar een ‘goed gevoel’, en verdriet is geen springplank naar persoonlijke winst. Dat is ware moed: de realiteit in het aangezicht kijken en ervan houden. Nietzsches filosofische motto is niet ‘de eeuwige vooruitgang’ of ‘de eeuwige groei’, maar wel ‘de eeuwige terugkeer van het gelijke’: dat je wat bestaat, zo omhelst, dat je niet wilt dat de dingen anders zijn dan ze zijn. De voordelen van tegenslag kunnen dus betekenen dat je onvermoede kwaliteiten in jezelf ontdekt en je waardeschaal herbekijkt. Maar die herijking neemt het lastige, het onaangename niet weg, en ze belooft er ook geen compensatie voor.
Je kunt met Nietzsche zelfs naar de positiviteitsdwang kijken als een nieuw verhaal van ressentiment. Dat wie niet mee kan, een kwaad geweten mag worden aangepraat, zodat die persoon schuld en schaamte voelt over het eigen onvermogen. Dat de ideale mens de neiging tot verdriet, verlies of woede in zichzelf kan en moet ontkennen. Dat iedere mens zijn lot beheerst, als hij zich maar voldoende disciplineert. Moed wordt dan altijd maar verder doen, tegen alle realiteitszin in. Wie zo’n positiviteit aanprijst, spiegelt het eigen verlangen om verdriet en eindigheid te kunnen controleren. Of om ze te kunnen compenseren, alsof er een wereld mogelijk is waarin alle lijden betekenisvol en zelfs nuttig wordt. Dat is de ontkenning van het leven zelf.
Dat elke tegenslag tot persoonlijke groei leidt, klopt dus niet. Bij blijvende trauma’s, onherstelbaar verlies of een nakend levenseinde is het zelfs een absurde veronderstelling. Nietzsche reageerde tegen geïdealiseerde verhalen, die een beloning voor pijn en lijden voorstellen. Ironisch genoeg is zijn aforisme een deel van de fabel geworden; van het verhaal dat een individu zijn leven helemaal in de hand heeft, als hij maar hard genoeg probeert.
- De Standaard -
vrijdag 9 december 2022
donderdag 8 december 2022
I believe in all that has never yet been spoken.
I want to free what waits within me
so that what no one has dared to wish for
may for once spring clear
without my contriving.
If this is arrogant, God, forgive me,
but this is what I need to say.
May what I do flow from me like a river,
no forcing and no holding back,
the way it is with children.
Then in these swelling and ebbing currents,
these deepening tides moving out, returning,
I will sing you as no one ever has,
streaming through widening channels
into the open sea.
When we honestly ask ourselves which person in our lives mean the most to us, we often find that it is those who, instead of giving advice, solutions, or cures, have chosen rather to share our pain and touch our wounds with a warm and tender hand.
The friend who can be silent with us in a moment of despair or confusion, who can stay with us in an hour of grief and bereavement, who can tolerate not knowing, not curing, not healing and face with us the reality of our powerlessness, that is a friend who cares.
- Henri Nouwen -
then you inevitably become it…
that is your punishment,
but if you never know, then you can be anything.
There is a truth to that.
We are not nouns, we are verbs.
I am not a thing…an actor, a writer…
I am a person who does things…
I write, I act…and I never know what I am going to do next.
I think you can be imprisoned if you think of yourself as a noun.
- Stephen Fry -
NITCH
woensdag 7 december 2022
senior Australian Aboriginal artist and healer who,
in collaboration with her daughters,
painted Mingkiri Tjukurpa, 2011 #WomensArt
dinsdag 6 december 2022
What if parenting became less about telling our children who they should be and more about asking them again and again forever who they already are?
Then, when they tell us, we would celebrate instead of concede.
It’s not: I love you no matter which of my expectations you meet or don’t meet.
It’s: My only expectation is that you become yourself.
The more deeply I know you, the more beautiful you become to me.
zondag 4 december 2022
As is steen
Ik ben de wereld
zowat overal
te lijf gegaan,
en als het nacht was
dacht ik: morgen
ga ik weer.
Pas als ik sterf
leg ik me erbij neer
dat ik bij leven
hard als steen lijk,
maar vergankelijk
ben als gras,
en dat mijn vuist,
net als mijn vloek,
niet meer is dan
een handvol as.
- Bart Moeyaert (1964) -
(Uit: Verzamel de liefde. Querido)






























