zondag 22 december 2019
Woorden vinden.
Als psychiater zie ik veel mensen worstelen om woorden te vinden voor datgene wat er in hun binnenwereld omgaat. Zeker als er negatieve gevoelens zoals schaamte of onzekerheid meespelen. Zoals de ouders van een suïcidale jongeman, die mij vertelden dat ze al dagenlang bang waren om hun zoon thuis dood door ophanging aan te treffen. Ze waren blijkbaar niet in staat om hem simpelweg te vragen hoe hij zich voelde. ‘We durfden het niet omdat we niet wisten hoe we het moesten vragen en we waren bang voor zijn antwoord.’
Mijn
suggestie voor deze Kerst is om zo na het voorgerecht een rondje te
doen: wat ging er goed en wat ging er minder goed het afgelopen jaar?
Hoe kunnen wij er komend jaar voor je zijn? Wat heb jij van mij nodig?
En dan maar gewoon proberen te luisteren en verdragen.
EB
Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door ’t ogenblik.
Zuigend eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.
Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door ’t ogenblik.
Zuigend eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.
Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?
- M. Vasalis -
Voor morgen nog geen zorgen, onderweg is ’t altijd nu
ONDERWEG
Onderweg ben ik zigeuner, onderweg ben ik een kind
Van de rusteloze wegen op vier wielen, welgezind
Op vier wielen wil ik vluchten, weg van ’t nauwe vaderland
Naar het bergland en de rotsen, met een bos aan de waterkant
Naar het bergland en de rotsen, met een bos aan de waterkant
Onderweg daar zit je veilig, onder uw blikken autodak
Je mag jodelen en zingen in uw rammelende rammelbak
Onderweg leer je vergeten, gisteren ligt ver achter u
En voor morgen nog geen zorgen, onderweg is ’t altijd nu
Voor morgen nog geen zorgen, onderweg is ’t altijd nu
Je passeert langs kathedralen, en je duizelt keer op keer
Van die stoetmoedige dromen, van die bouwers van weleer
En zo leer je blind vertrouwen, vorderen ondanks brute pech
Wuif veel liever dan te vloeken, naar de kinders langs de weg
Wuif veel liever dan te vloeken, naar de kinders langs de weg
En je loopt door de paleizen met uw hoofd vol romantiek
Maar uit krotten en ruïnes, klinkt er klaaglijke muziek
Deelt uw brood met lotgenoten, zoveel zwervers grauw van vel
Langs de gloeiend hete wegen, steden vol kommer en kwel
Langs de gloeiend hete wegen, steden vol kommer en kwel
Onderweg, op markten en pleinen, vind je volk, mild en gastvrij
Dat schenkt U met handen en voeten zoete vruchten, allerlei
En zo vind je ook uw geliefde, met nog jaren voor de boeg
Van uw teder zacht beminde, daarvan krijg je nooit genoeg
Van uw teder zacht beminde, daarvan krijg je nooit genoeg
Onderweg ben je nomade, soepel plooiend, speels van geest
Geeft u over aan de genade, je wordt vrij en onbevreesd
Want je botst met tegenstrevers, elken ding zegt zijne zeg
Leer geduldig incasseren, van tegenliggers onderweg
Geduldig incasseren, van tegenliggers onderweg
Los van vastgeroeste ideeën, onderweg pluk je den dag
Pelgrim ben je heel je leven, vorderen doe je liefst zigzag
Haast u, haast u, uiterst langzaam, want het einddoel is bekend
Daar valt weinig van te zeggen, niet bepaald een happy end
Daar valt weinig van te zeggen, niet bepaald een happy end
Ooit als kind ben ik vertrokken, zonder route, kaart of plan
Onderweg al heel m’n leven, wat is daar de zin toch van
Onderweg stel je geen vragen, voor hoelange nog en waarom
Onderweg ben je zigeuner, je reist voort en je ziet niet om
Onderweg ben je zigeuner, je reist voort en je ziet niet om
En je ziet niet om
En je ziet niet om
Ziet niet om
Ziet niet om
Ziet niet om
Hier
stond ze dan, een oude vrouw, die leefde en wachtte op het goede en
bleef geloven, die bang was voor het kwaad en vol zorg om de levenden,
die geen onderscheid maakte tussen de levenden en de doden. Hier stond
ze en keek naar de ruïne van haar huis en bewonderde de lentehemel
zonder zelfs maar te weten dat ze hem bewonderde. Hier stond ze en vroeg
zich af waarom de toekomst van de mensen van wie ze hield zo vaag was
en waarom ze zoveel vergissingen gemaakt hadden in hun leven. En ze
merkte niet dat in die onduidelijkheid, in die nevel, dat verdriet en
die verwarring ook een antwoord lag, en duidelijkheid, en hoop, en dat
ze wist en met haar hele ziel begreep wat de zin was van het leven dat
haar en haar dierbaren ten deel was gevallen. Ze merkte het niet, hoewel
noch zijzelf noch een van hen kon zeggen wat hun te wachten stond, en
hoewel ze wisten dat een mens in verschrikkelijke tijden niet langer de
schepper is van zijn eigen geluk en dat het aan het wereldnoodlot is om
een mens te begenadigen of te straffen, tot roem te verheffen of in
ellende te storten en tot kampstof te maken, het wereldnoodlot, de
geschiedenis, de toorn van de staat...
C'EST SI PEU RÉEL.
C’est si peu réel...
l’âge,
c’est abstrait,
comme les chiffres...
Cinquante, soixante, quatre-vingt-deux ?
Qu’est-ce que cela veut dire ?
Ça n’a pas de chair,
ça n’a pas de sens,
les nombres, ça parle de quelqu’un d’autre.
Au fond de soi,
on ne sait jamais l’arithmétique.
- Le visiteur - Éric-Emmanuel Schmitt -
C’est si peu réel...
l’âge,
c’est abstrait,
comme les chiffres...
Cinquante, soixante, quatre-vingt-deux ?
Qu’est-ce que cela veut dire ?
Ça n’a pas de chair,
ça n’a pas de sens,
les nombres, ça parle de quelqu’un d’autre.
Au fond de soi,
on ne sait jamais l’arithmétique.
- Le visiteur - Éric-Emmanuel Schmitt -
Zo is liefhebben ...
Liefhebben
is beschutten
zonder vast te houden,
ruimte scheppen
in tijd en eeuwigheid.
En daarom zeggen :
doe maar,
ga maar,
zo lang, zo ver
als nodig is.
Kijk maar niet om.
Ik wacht. Ik blijf.
Liefhebben
heeft te veel voeten in de aarde
om zonder verdriet
te kunnen zijn.
- Kris Gelaude -
Any real change
implies the breakup
of the world as
one has always known it,
the loss of all that gave one an identity,
the
end of safety.
And at such a moment,
unable to see
and not daring to
imagine
what the future will now bring forth,
one clings to what one
knew,
or dreamed that one possessed.
Yet,
it is only when a man is able,
without bitterness or self-pity,
to surrender a dream he has long
cherished
or a privilege he has long possessed
that he is set free...
he
has set himself free...
for higher dreams,
for greater privileges.
- James Baldwin -
NITCH
Abonneren op:
Posts (Atom)

















