Wij zitten een avond bij elkaar: vrienden vanouds. De glazen zijn genadig, de spruitjes feilloos. Soms zegt iemand: je ziet er goed uit. Er is gedeelde tijd door ons heen gegaan, dat schept mildheid en samenhang.
Wij wisselen woorden uit als kleine strelingen en wij weten: alles is afscheid. Daar proberen wij mee te leven.
Waar wij het over hebben: tijdzones. Nú zijn er kinderen, vróéger waren we dat zelf, daartussen zijn er ouders gestorven. Stráks lopen ook wij af en gaan zíj door. Tijden beginnen, tijden lopen, tijden wisselen. Allemaal vanzelfsprekend. Maar hoe wij dat allemaal door elkaar doen: soms zijn de dagen onmogelijke klimladders. Klimt er een kind op onze levende schoot, dan klimmen wij steeds vaker zelf in het hoofd op een dode schoot van vroeger. En dan stijgen herinneringen als vocht in onze lichamen.
Iedereen van ons is al dakloos. De ene helemaal, de andere half.
Ouders zijn puntdaken. Eerst valt de ene helft weg, later de andere. Soms tegelijk. Dan staat het bestaan in de open lucht, dan tocht het ineens verschrikkelijk om ons heen. Overal ademtochten door elkaar. Vervolgens moeten wij zelf dak worden.
En niets zo dakloos als het dak zelf.
Dat is het moeilijkste, stellen wij vast: hoe gerimpeld ook, alles blijft een kind. Maar ooit worden alle ouders wezen en alle wezen ouders. En van het grootste belang: hoe wij afscheid nemen.
Iemand onder ons heeft het helemaal kunnen doen, dagenlang dág zeggen. Iemand maar half, iemand helemaal niet. Het scheelt een leven lang in het verdriet.
Later, wanneer wij moe zijn van spreken, uren en wijn, gaan wij uit elkaar. Omhelzing hier, zoen daar. Iemand zegt, tot binnenkort. Alle lichamen knikken. Het afscheid is opgeschort.
Meer kunnen wij niet doen: het afscheid omhelzen en over- en overdoen.
- Bernard Dewulf -
zaterdag 1 oktober 2011
"When we overconsume, we’re like bulls running through a china shop—leaving a destructive path of downed forests, dirty waterways, and overflowing landfills in our wake. In our quest for more goods and unfettered growth, we break the Earth’s fragile ecosystems, shatter the lives of indigenous peoples, and leave future generations to clean up the mess.
As minsumers, we want to do the opposite. Instead of being bulls, we strive to be butterflies—living as lightly, gracefully, and beautifully as possible. We want to flit through life with little baggage, unencumbered by excess stuff. We want to leave the Earth and its resources whole and intact, as if we alighted just for a moment and barely touched them.
The Earth has a finite number of resources for a growing number of people; and as more countries become industrialized, the greater the pressure on the system. When we act like bulls, we grab more than our fair share. We feel entitled to support our consumptive lifestyles at any cost, and worry little about the effects on the environment. We don’t give a second thought to what’s left over for others, or whether we’ll have enough land, food, water, and energy to go around. What’s worse: in a “growth at all costs” economy, such behavior becomes the norm. Imagine hundreds, thousands, even millions of bulls stomping through the world and stripping it bare of its bounty.
When we act like butterflies, on the other hand, we’re satisfied with the barest of essentials. We consume as little as possible, conscious of the fact that resources are limited. We celebrate the gifts of nature—a spring breeze, a clear stream, a fragrant flower—rather than trampling them. We’re aware that we’re stewards of the Earth, and have a responsibility to nourish and nurture it for future generations. We exist harmoniously with each other, and within the ecosystem."
- Francine Jay - The joy of less -
As minsumers, we want to do the opposite. Instead of being bulls, we strive to be butterflies—living as lightly, gracefully, and beautifully as possible. We want to flit through life with little baggage, unencumbered by excess stuff. We want to leave the Earth and its resources whole and intact, as if we alighted just for a moment and barely touched them.
The Earth has a finite number of resources for a growing number of people; and as more countries become industrialized, the greater the pressure on the system. When we act like bulls, we grab more than our fair share. We feel entitled to support our consumptive lifestyles at any cost, and worry little about the effects on the environment. We don’t give a second thought to what’s left over for others, or whether we’ll have enough land, food, water, and energy to go around. What’s worse: in a “growth at all costs” economy, such behavior becomes the norm. Imagine hundreds, thousands, even millions of bulls stomping through the world and stripping it bare of its bounty.
When we act like butterflies, on the other hand, we’re satisfied with the barest of essentials. We consume as little as possible, conscious of the fact that resources are limited. We celebrate the gifts of nature—a spring breeze, a clear stream, a fragrant flower—rather than trampling them. We’re aware that we’re stewards of the Earth, and have a responsibility to nourish and nurture it for future generations. We exist harmoniously with each other, and within the ecosystem."
- Francine Jay - The joy of less -
vrijdag 30 september 2011
Helden
Ik las laatst weer in een interview hoe iemand kanker had "overwonnen". Net als Lance Armstrong, kanker overwinnen, alsof het een een fietswedstrijd is. Hoezeer ik ook geniet van sportprestaties, het doet me elke keer weer pijn als ik zoiets lees.
Kanker hebben is waardeloos. Je bent overgeleverd aan een heleboel mensen die meer of minder hun best doen. Je bent afhankelijk van medicijnen die, als je mazzel hebt goed werken en als je pech hebt niet zo goed. In elk geval tasten de bijwerkingen je kwaliteit van leven aan. Alle zelfmanagement verhalen ten spijt, je bent toch overgeleverd aan:
- Therapieën die meer of minder goed aanslaan.
- Specialisten die menselijkerwijs ook wel 's een steek(je) laten vallen.
- Wachttijden die meer of minder kunnen meevallen.
En te midden van deze ongemakken is er weer een held die zich op de borst klopt omdat hij of zij kanker heeft overwonnen. Terwijl je om je heen mensen ziet sneuvelen die keihard gevochten hebben en hun strijd niet hebben kunnen winnen.
Kanker overwinnen? Onzin! Je hebt gewoon mazzel als je het redt en je hebt gewoon pech als je het niet redt!
Zullen we afspreken dat we deze helden er even fijntjes op wijzen dat ze gewoon geluk hebben gehad? Dan hoeven we ons als lotgenoten met een ongeneeslijke ziekte niet steeds weer door hen te laten kwetsen. Enne.... we blijven knokken!!!!
- Sander van der Pol - webredactie E-Mergo -
Kanker hebben is waardeloos. Je bent overgeleverd aan een heleboel mensen die meer of minder hun best doen. Je bent afhankelijk van medicijnen die, als je mazzel hebt goed werken en als je pech hebt niet zo goed. In elk geval tasten de bijwerkingen je kwaliteit van leven aan. Alle zelfmanagement verhalen ten spijt, je bent toch overgeleverd aan:
- Therapieën die meer of minder goed aanslaan.
- Specialisten die menselijkerwijs ook wel 's een steek(je) laten vallen.
- Wachttijden die meer of minder kunnen meevallen.
En te midden van deze ongemakken is er weer een held die zich op de borst klopt omdat hij of zij kanker heeft overwonnen. Terwijl je om je heen mensen ziet sneuvelen die keihard gevochten hebben en hun strijd niet hebben kunnen winnen.
Kanker overwinnen? Onzin! Je hebt gewoon mazzel als je het redt en je hebt gewoon pech als je het niet redt!
Zullen we afspreken dat we deze helden er even fijntjes op wijzen dat ze gewoon geluk hebben gehad? Dan hoeven we ons als lotgenoten met een ongeneeslijke ziekte niet steeds weer door hen te laten kwetsen. Enne.... we blijven knokken!!!!
- Sander van der Pol - webredactie E-Mergo -
Vergeving
Wanneer we, op de pijnlijke plekken waar we gekwetst zijn en waar we ons hebben teruggetrokken, niet in staat zijn te vergeven, blijven we slachtoffer van het verleden.
Alleen door liefdevol te zijn naar zowel onze kwetsingen als onze ouders, kunnen we ons daadwerkelijk verzoenen met ons leven.
De kernvraag is : willen wij liefdevol zijn waar de wereld niet liefdevol was?
- auteur onbekend -
Alleen door liefdevol te zijn naar zowel onze kwetsingen als onze ouders, kunnen we ons daadwerkelijk verzoenen met ons leven.
De kernvraag is : willen wij liefdevol zijn waar de wereld niet liefdevol was?
- auteur onbekend -
R.I.P. Hella Haasse

“Men kan nooit werkelijk een plek-van-vroeger terug vinden, of een voorbije staat van zijn opnieuw beleven. Er is ooit een toestand van volmaakt geluk geweest die men in de loop van de tijd onophoudelijk verliest, vergeet. Toch blijft men geloven dat die ergens in het verleden verzonken is en hervonden kan worden.”
“Zij geloofde aan een samenhang van alle verschijnselen, zonder echter een hogere macht aansprakelijk te stellen voor wat haar overkwam, zonder van een god persoonlijke bemoeienis met haar lot, troost, of loon naar werken te verwachten. Zij was er van overtuigd dat in de mens zelf de krachten ontstaan die men Goed en Kwaad noemt, en dat alleen door de ontwikkeling van het individuele bewustzijn de wil tot integriteit een menselijk gegeven wordt.”
“Zij ging vertrekken, maar zij wist nog niet waar zij uiteindelijk terecht zou komen. Zij moest iets volbrengen, maar zij had geen duidelijke voorstelling van wat dat was. Voorgevoel zei haar, dat een serene ouderdom voor haar niet was weggelegd.”
― Hella S. Haasse - Berichten Van Het Blauwe Huis -
OUD ZEER
LAAT OUD ZEER JE NIET OPNIEUW KNECHTEN
- auteur onbekend -
Het komt nogal eens voor dat een patiënt op mijn spreekuur verzucht: "Ik heb last van oud zeer." Dan zucht ik twee keer zo hard en zeg: "Als moderne psycholoog heb ik het niet zo op antiek."
"Ja maar", volgt het voorspelbare protest, "ik moet wel in het verleden graven om mijn niet-verwerkte pijn op te schonen."
Dan schiet ik in de lach en zeg: "Wie de kelders van zijn geest gaat opruimen, hoeft niet te kijken hoeveel rotzooi er in de woonkamer ligt."
Een beetje slimme patiënt antwoordt dan: "Wie zijn geschiedenis niet doorgrondt, zal in de toekomst dezelfde fouten maken." En omdat ik niet voor één gat te vangen ben, is mijn weerwoord: "Wie naar achteren blijft kijken, maakt altijd een frontale botsing."
Ik geef onmiddellijk toe dat een dergelijke interactie veel weg heeft van woordengoochelarij. En ik zal ook bekennen dat ik gek ben op taalspelletjes. Maar het spelletje dat mensen spelen met 'oud zeer' is minstens even boeiend. Traditionele hulpverleners besteden namelijk veel tijd en energie aan archeologisch spitwerk en patiënten weten dat. Op die manier hopen zij de therapeut te imponeren en tegelijkertijd de aandacht af te leiden van het werkelijke probleem.
Zo vertelt Peter dat hij maar niet kan loskomen van een vriendinnetje met wie hij 30 jaar geleden kortstondig verkering had en die hem vervolgens, zonder tekst en uitleg, op 'traumatische' wijze in de steek liet.
Peter: "Ik blijf maar malen over hoe leuk het met Lies was om daarna telkens weer de pijn te voelen van het verlies."
Even heb ik mij laten verleiden om naar zijn 'oud zeer' te luisteren, maar confronteer hem met de vraag: "Ja, en al dat openlijke gemijmer over die jeugdliefde wordt zonder meer door jouw huidige partner geaccepteerd?"
Peter kijkt mij verdwaasd aan en zegt: "Tja, Carla vindt het niet leuk, maar zoals met de meeste kwesties blijft zij mij altijd steunen; zij heeft er zelfs begrip voor dat ik mijn vroegere vriendinnetje af en toe bel. Lies doet ook niet zo enthousiast omdat zij, zo beweert zij, gelukkig getrouwd is, maar wil me wel te woord staan om mij niet weer op te zadelen met het gevoel in de steek te worden gelaten."
Mijn vermoeden wordt bevestigd en glimlachend zeg ik: "Wat heb je het toch prachtig voor elkaar: twee meiden die voor je rennen, maar toch blijf je zeuren omdat beiden niet het lef hebben om je gemanipuleer een halt toe te roepen. Je bent als een verwend kind dat hoopt dat 'mama' ooit eens 'nee' zegt. Je verlangt een vrouw die de baas is, maar als het er op aan komt, kies je voor een trutje."
Toen ik 25 jaar geleden mijn vrouw ontmoette, en het zo nodig vond om haar te overtuigen dat mijn vroegere liefdes nog altijd een 'speciaal plekje' in mijn hart hadden, zei zij: "Dan hou je die speciale plekjes, maar dan ben ik vertrokken." In dertig seconden tijd had ik mijn 'oud zeer' verwerkt.
- Jeffrey Wijnberg - Dat moet ik nog een plekje geven -
- auteur onbekend -
Het komt nogal eens voor dat een patiënt op mijn spreekuur verzucht: "Ik heb last van oud zeer." Dan zucht ik twee keer zo hard en zeg: "Als moderne psycholoog heb ik het niet zo op antiek."
"Ja maar", volgt het voorspelbare protest, "ik moet wel in het verleden graven om mijn niet-verwerkte pijn op te schonen."
Dan schiet ik in de lach en zeg: "Wie de kelders van zijn geest gaat opruimen, hoeft niet te kijken hoeveel rotzooi er in de woonkamer ligt."
Een beetje slimme patiënt antwoordt dan: "Wie zijn geschiedenis niet doorgrondt, zal in de toekomst dezelfde fouten maken." En omdat ik niet voor één gat te vangen ben, is mijn weerwoord: "Wie naar achteren blijft kijken, maakt altijd een frontale botsing."
Ik geef onmiddellijk toe dat een dergelijke interactie veel weg heeft van woordengoochelarij. En ik zal ook bekennen dat ik gek ben op taalspelletjes. Maar het spelletje dat mensen spelen met 'oud zeer' is minstens even boeiend. Traditionele hulpverleners besteden namelijk veel tijd en energie aan archeologisch spitwerk en patiënten weten dat. Op die manier hopen zij de therapeut te imponeren en tegelijkertijd de aandacht af te leiden van het werkelijke probleem.
Zo vertelt Peter dat hij maar niet kan loskomen van een vriendinnetje met wie hij 30 jaar geleden kortstondig verkering had en die hem vervolgens, zonder tekst en uitleg, op 'traumatische' wijze in de steek liet.
Peter: "Ik blijf maar malen over hoe leuk het met Lies was om daarna telkens weer de pijn te voelen van het verlies."
Even heb ik mij laten verleiden om naar zijn 'oud zeer' te luisteren, maar confronteer hem met de vraag: "Ja, en al dat openlijke gemijmer over die jeugdliefde wordt zonder meer door jouw huidige partner geaccepteerd?"
Peter kijkt mij verdwaasd aan en zegt: "Tja, Carla vindt het niet leuk, maar zoals met de meeste kwesties blijft zij mij altijd steunen; zij heeft er zelfs begrip voor dat ik mijn vroegere vriendinnetje af en toe bel. Lies doet ook niet zo enthousiast omdat zij, zo beweert zij, gelukkig getrouwd is, maar wil me wel te woord staan om mij niet weer op te zadelen met het gevoel in de steek te worden gelaten."
Mijn vermoeden wordt bevestigd en glimlachend zeg ik: "Wat heb je het toch prachtig voor elkaar: twee meiden die voor je rennen, maar toch blijf je zeuren omdat beiden niet het lef hebben om je gemanipuleer een halt toe te roepen. Je bent als een verwend kind dat hoopt dat 'mama' ooit eens 'nee' zegt. Je verlangt een vrouw die de baas is, maar als het er op aan komt, kies je voor een trutje."
Toen ik 25 jaar geleden mijn vrouw ontmoette, en het zo nodig vond om haar te overtuigen dat mijn vroegere liefdes nog altijd een 'speciaal plekje' in mijn hart hadden, zei zij: "Dan hou je die speciale plekjes, maar dan ben ik vertrokken." In dertig seconden tijd had ik mijn 'oud zeer' verwerkt.
- Jeffrey Wijnberg - Dat moet ik nog een plekje geven -
"Het hangt op de bank en het zapt", is een moderne omschrijving van de puber, maar het wordt uitgesproken op een afkeurende toon.
Wat is er mis met hangen?
Wij, stresskippen, zijn het verleerd. Dat kunnen we niet meer zelf, we moeten er iemand voor betalen om ons stil te leggen.
Verveling is heel nuttig. Het is een schone kunst die wel wat meer beoefend mag worden. Het brengt ons namelijk op een nulpunt, waarin frisse inzichten geboren kunnen worden en nieuwe activiteiten.
Hoe kan je kind weten wat ze wil als ze de hele dag wordt volgepompt met wat volwassenen nuttig voor haar vinden? Inspiratie krijg je niet door dwangmatig voortploeteren, die krijg je door overgave en stilhouden. Wijze Tibetanen zitten op een berg om te defragmenteren. Daarvoor hebben wij de bank. Chillen, dat is een goed woord.
- Hoezo Lastige Puber?! - Laura Tietjens -
- Foto: Ozzie - http://ozziewiersma.blogspot.com -
donderdag 29 september 2011
"Why We Shout In Anger"
'When two people are angry at each other, their hearts distance a lot. To cover that distance they must shout to be able to hear each other. The angrier they are, the stronger they will have to shout to hear each other to cover that great distance.
What happens when two people fall in love? They don't shout at each other but talk softly, Because their hearts are very close. The distance between them is either nonexistent or very small...'
When they love each other even more, what happens? They do not speak, only whisper and they get even closer to each other in their love. Finally they even need not whisper, they only look at each other and that's all. That is how close two people are when they love each other.
So when you argue do not let your hearts get distant, Do not say words that distance each other more, Or else there will come a day when the distance is so great that you will not find the path to return.'
- Author Unknown -
What happens when two people fall in love? They don't shout at each other but talk softly, Because their hearts are very close. The distance between them is either nonexistent or very small...'
When they love each other even more, what happens? They do not speak, only whisper and they get even closer to each other in their love. Finally they even need not whisper, they only look at each other and that's all. That is how close two people are when they love each other.
So when you argue do not let your hearts get distant, Do not say words that distance each other more, Or else there will come a day when the distance is so great that you will not find the path to return.'
- Author Unknown -
R.I.P. Wangari Maathai
There comes a time when humanity is called to shift to a new level of consciousness, to reach a higher moral ground.
A time when we have to shed our fear and give hope to each other.
That time is now.

"The planting of trees is the planting of ideas. By starting with the simple step of digging a hole and planting a tree, we plant hope for ourselves and for future generations."
- Wangari Maathai -
Nobel Laureate Wangari Maathai passed away on 26 september after undergoing treatment for ovarian cancer. Maathai was the founder of the Green Belt movement in Kenya in 1977, which has planted more than 10 million trees. She was the first woman in central or eastern Africa to hold a Ph.D., the first woman head of a university department in Kenya, and the very first African woman to win the Nobel Prize in Peace.
Archbishop Desmond Tutu said: “Professor Maathai introduced the idea of women planting trees in Kenya to reduce poverty and conserve the environment,” in a statement.
“At last count, the Green Belt Movement she helped to found had assisted women to plant more than 40 million trees. She understood and acted on the inextricable links between poverty, rights and environmental sustainability. One can but marvel at her foresight and the scope of her success. She was a true African heroine,” the statement continued.
A time when we have to shed our fear and give hope to each other.
That time is now.

"The planting of trees is the planting of ideas. By starting with the simple step of digging a hole and planting a tree, we plant hope for ourselves and for future generations."
- Wangari Maathai -
Nobel Laureate Wangari Maathai passed away on 26 september after undergoing treatment for ovarian cancer. Maathai was the founder of the Green Belt movement in Kenya in 1977, which has planted more than 10 million trees. She was the first woman in central or eastern Africa to hold a Ph.D., the first woman head of a university department in Kenya, and the very first African woman to win the Nobel Prize in Peace.
Archbishop Desmond Tutu said: “Professor Maathai introduced the idea of women planting trees in Kenya to reduce poverty and conserve the environment,” in a statement.
“At last count, the Green Belt Movement she helped to found had assisted women to plant more than 40 million trees. She understood and acted on the inextricable links between poverty, rights and environmental sustainability. One can but marvel at her foresight and the scope of her success. She was a true African heroine,” the statement continued.
Te Gek

Iedereen kent in zijn omgeving wel iemand met psychische problemen. We horen verhalen over eetstoornissen, burn-outs of borderline. Hoeveel mensen hebben niet ooit pillen genomen tegen een depressie? En toch durven we er nauwelijks over te praten. Er heerst nog een enorm taboe als het over onze geestelijke gezondheid gaat.
Als iemand uit onze kennissenkring een been breekt, dan gaan we meteen langs met bloemen of pralines om hem of haar van harte beterschap te wensen. Als iemand psychische problemen heeft, dan weten we niet goed hoe we daarop moeten reageren. Mensen lijken zich daarvoor te schamen.
Onze samenleving is heel sterk gericht op prestatie. Wij moeten allemaal mooi en gezond zijn, wij moeten carrière maken, we moeten een goede echtgenoot zijn, wij moeten onze kinderen de perfecte opvoeding geven en die kinderen moeten niet alleen naar de jeugdbeweging gaan, maar ook nog eens sporten en muziekschool volgen. Het is onze opdracht om altijd maar beter te worden. Onze ambities liggen te hoog. Wij willen allemaal heel gelukkig zijn. Het is bijna een dwang. Maar je kan natuurlijk niet je hele leven lang alleen maar gelukkig zijn.
De lijn tussen gewoon functioneren en in elkaar storten is heel dun. Voor je het beseft, zit je aan de andere kant. Van mezelf vind ik wel eens dat ik belachelijk gelukkig ben. Ik kan alle dingen doen die ik graag doe. Soms denk ik dat ik als kind in een vat serotonine (gelukshormoon) gevallen ben. Maar ik maak mij geen illusies, psychische problemen kunnen ook mij overkomen.
Vroeger aanvaardden mensen veel gemakkelijker dat het leven gepaard gaat met ups en downs.
Sta af en toe eens stil bij zaken en durf neen te zeggen. En als je psychische problemen hebt, praat erover. Je kunt vandaag overgelukkig zijn, maar een tegenvaller kan je leven zo overhoop halen.
- Annick Ruyts over 'Te Gek' - op canvas vanaf dinsdag 4/10/2011 -
Je simpelweg bewust zijn van wat er op dit huidige moment gebeurt,
zonder te wensen dat het anders was;
genieten van wat plezierig is zonder eraan vast te houden wanneer het verandert (en dat zal het);
zijn met wat onplezierig is zonder te vrezen dat het altijd zo zal zijn (want dat zal het niet).
- James Baraz -
zonder te wensen dat het anders was;
genieten van wat plezierig is zonder eraan vast te houden wanneer het verandert (en dat zal het);
zijn met wat onplezierig is zonder te vrezen dat het altijd zo zal zijn (want dat zal het niet).
- James Baraz -
Abonneren op:
Posts (Atom)





