zondag 26 juli 2020


Photo by Yvon Buchmann




The Buddha said,

 “The moment you know how your suffering came to be, 
you are already on the path of release from it.” 

If you know what has come to be
 and how it has come to be,
 you are already on the way to emancipation.







Oordelen kan altijd nog

Hoe minder ik vind, 

hoe meer ik ontdek.

- Adriaan van Dis - 



Some day I am going to own a few feet of earth somewhere and put a house over it.

 Just one big room will do, with a stove and a basin of water, a huge desk, a bookcase and an easel. 

Then life can go rolling by, and what floats in through my door will be sufficient for me.

-  Henry Miller -

NITCH

 




For I do not exist: 
 
there exist but the thousands of mirrors that reflect me. 
 
With every acquaintance I make, 
 
the population of phantoms resembling me increases. 
 
Somewhere they live, 
 
somewhere they multiply.
 
 I alone do not exist.
 
- Vladimir Nabokov -








It was only many years after, when my grandfather had departed from this world and I was a grown man, I finally came to realize that my grandmother, after all, also believed in dreams. 
 
There could have been no other reason why, sitting one evening at the door of her cottage where she now lived alone, staring at the biggest and smallest stars overhead, she said these words: “The world is so beautiful and it is such a pity that I have to die”. 
 
She didn’t say she was afraid of dying, but that it was a pity to die, as if her hard life of unrelenting work was, in that almost final moment, receiving the grace of a supreme and last farewell, the consolation of beauty revealed.
 
She was sitting at the door of a house like none other I can imagine in all the world, because in it lived people who could sleep with piglets as if they were their own children, people who were sorry to leave life just because the world was beautiful; and this Jerónimo, my grandfather, swineherd and story-teller, feeling death about to arrive and take him, went and said goodbye to the trees in the yard, one by one, embracing them and crying because he knew he wouldn’t see them again.




Rural Lapland, Finland 1970. (Caj Bremer)




“When I was a little girl and my teachers sent notes home complaining
that I was as loud as the boys, that it wasn’t lady like for a girl to be this outspoken, this raucous, instead of forcing me to tone it down
to the timber of a stage whisper, just a few notes above a whimper
you took me by the hand to the hilltop by our house,
told me to use my voice by shouting to my heart’s content, told me never to forget that I was a girl not a mouse
and if I believed I had to change myself to suit anyone else I shouldn’t,
that no matter what they said my voice was so important.
You then visited my school, called a meeting with my teachers
sat them all down and said that you were raising a rebel girl
to be a warrior woman, and if she could not speak,
the same way boys are allowed to, if she had to turn her voice into sighs
then how will she utter the battle cries that were needed when her warrior sisters called upon her to help them defend the daughters of this world.”

Nikita Gill, Thank You, Papa
 
 






We are all ordinary.
We are all boring.
We are all spectacular.
We are all shy.
We are all bold.
We are all heroes.
 We are all helpless.

 It just depends on the day.

Brad Meltzer 
 
 





Sometimes
everything
seems
so
oh, I don’t know. 
 
 
 
 



Je hoeft geen ander mens te worden 

 

om problemen 

 

eens anders aan te pakken.


zaterdag 25 juli 2020


I like to cry.

 After I cry hard

 it’s like it’s morning again

 and I’m starting the day over. 

- Ray Bradbury -





Suffering is normal.

 Pain is normal, it is part of life… 

What is its texture, the weight of our suffering? 

What is its meaning? 

Begin by touching it, by coming close to it, accepting it:

 Hello, suffering, I am here with you. 

I am beside you, one with you, I am you. 

I am suffering.

- A. M. Homes -




Ik ben er met de rasoir over gegaan.

 Je kunt niet alles aan de chemo overlaten.

-  Het Laatste Nieuws -


‘We hebben nood aan mensen die het doen vonken’

Lucas Vanclooster werd op 1 januari weesouder van zoon Frederik. Caroline Pauwels rouwt om wat kanker een mens zoal afneemt. Toch blijkt hun levenslust ongeblust. De avond wordt een ode, geen elegie. ‘Je krijgt ook heel veel. Alles wordt intenser, wezenlijker.’ 



De zon laat zich maar heel even zien vandaag. Donkere wolken pakken samen boven het dak van het Shellgebouw. Als de eerste druppels in ons glas Negroni vallen, vluchten we naar beneden. De dag zal grijs blijven.


‘Grijs is ook mooi’, zegt de rector met een voluntarisme dat haar tekent en waarmee ze in september aan een nieuwe termijn van vier jaar begint. Ze houdt van de Noordzee en Oostende en van het winkeltje met schelpen dat ze daar op de Groentemarkt weet zijn. Ze vergaapt er zich als een kind voor de etalage. Ze wilde er iets mee doen op Theater aan Zee, dat ze dit jaar zou cureren. Het moest een ode aan de verwondering worden, zoals ook de titel luidt van het boekje dat ze vorig jaar schreef.
‘Kinderen zijn dat van nature, verwonderd’, zegt ze. ‘De kunst bestaat erin om het niet te verleren.’ Aartsmoeilijk wanneer je midden in het leven midscheeps getroffen wordt. In het begin van de vorige zomer kreeg Caroline Pauwels te horen dat zich een vicieuze kanker in maag en slokdarm had genesteld. Haar boekje, Ode aan de verwondering, las plots als een testament. Een envoi. ‘Het is een wonderlijke wereld. Altijd en overal, voor wie er open voor staat, voor wie de moeite doet om te kijken, voor wie de verwondering toelaat in zijn of haar leven.’

‘Ik kijk voor het eerst naar de gierzwaluwen. Dat was ook Frederiks totem bij de scouts, salangaan of Aziatische gierzwaluw. Het zal mij droevig stemmen als ze straks weer vertrekken’

Lucas Vanclooster

Op oudejaarsnacht verloren Lucas Vanclooster en Kristien Bonneure, beiden radiojournalist, hun zoon Frederik. Hij verdronk, na een nachtje stappen, in het kanaal van Vilvoorde. Lucas wijst naar het grijze zwerk. Het is een cliché, maar het is zo: de hemel kwam naar beneden. Het was een dwaas ongeluk. ‘Soms ben ik nog altijd boos op hem, maar het ­volgende moment droef.’
Ze hebben elkaar vooraf gemaild, Frederik verbond hen, hij studeerde computerwetenschappen aan de VUB, zij was op zijn ­begrafenis. Zoals zijn moeder Kristien schreef: ‘Frederik verbindt zelfs mensen na zijn dood, de ­sloeber.’


Twintig twintig


Een maand voor zijn overlijden schreef Caroline Pauwels in haar intentieverklaring dat ze van de VUB een ‘meelevende universiteit’ wilde maken. Een plek waar pijn, verdriet en rouw om overleden ­studenten en personeelsleden een plaats moesten krijgen. Kunstenaar Philip Aguirre maakte er een Monument van Troost voor.





Pauwels: ‘Ik had me ingesteld op een zwaarmoedig gesprek.’ Vanclooster: ‘Ik ook. Maar ik vertrek optimistischer dan ik toekwam.’

‘We zijn niet katholiek, maar wel aan rituelen gebonden’, vertelt ze. ‘Ik kwam lang geleden op het idee nadat een student was verongelukt. Hij was eens stomdronken in de les opgedaagd. Ik stuurde hem naar huis. Hij wilde in de auto kruipen. Dat heb ik hem belet. “Wat als je iemand dood rijdt?”, spelde ik hem de les. Hij is kort daarna verongelukt. We wisten niet dat we ze zo snel zouden moeten gebruiken, die plek.’


‘Er zijn drie plaatsen die ik altijd verken als ik in een stad kom’, zegt Lucas Vanclooster. ‘De begraafplaats, de bioscoop en het zwembad. Daar achterhaal je de psychologie van een stad en haar inwoners.’


‘Ik heb Frederik niet persoonlijk gekend,’ zegt Pauwels, ‘maar ik hoorde van zijn medestudenten dat hij de charme zelf was. En grappig!’

‘Ik wil de stukken van Reinhilde Decleir aan de VUB tonen, zodat de studenten zien waar mensen die zogezegd afgeschreven zijn toe in staat zijn’
 Caroline Pauwels

‘Dat had hij niet van mij. Ik ben nooit een olijkerd geweest,’ zegt Vanclooster, ‘maar ik herinner me dat ik op 31 december 2019 dacht: 2020 wordt een mooi jaar. Het klinkt goed, twintig twintig. Het pensioen wenkte. Misschien zou eindelijk het tij ­keren na die donkere jaren van populisme, Trump en Brexit. Misschien zouden we een federale regering krijgen.’ Hij zwijgt. ‘Grapje hoor, dat laatste. Zo naïef ben ik nou ook niet.’


Hij lacht. Niet voor het laatst vanavond. Zij ook, aanstekelijk. ‘Curieus’, zal ze de volgende ochtend aan de ontbijttafel zeggen. ‘Ik had me ingesteld op een zwaarmoedig gesprek.’ Hij ook. ‘Ik vertrek hier straks optimistischer dan ik toekwam.’ Humor helpt altijd. ‘Toen Kristien kanker had, zijn we allemaal flexitariër geworden. “Kanker is best gezond!”, grapte Frederik.’


Maar we moeten ons niet vergissen. Bij de rector is de kanker na een jaar niet weg en Frederik is niet terug. ‘De pijn’, schrijft A.F.Th. van der Heijden in ­Tonio over zijn verongelukte zoon. ‘Het is nog maar net begonnen.’ We beginnen daarom met de een­voudigste, maar zeker in deze omstandigheden ook moeilijkste vraag.


Hoe gaat het? 


Vanclooster: ‘Ieder verwerkt het op zijn manier. Kristien zoekt het in meditatie en yoga. Ik strijk graag met Led Zeppelin, The Who en zelfs Will Tura op de achtergrond.’


Vanclooster: ‘Het gaat. Ik slaag erin om te leven, een normale routine aan te houden, iets te betekenen voor mijn vrouw en dochter en andere mensen. Frederik is nog zéér aanwezig, en dat is goed. Als er eens een zeldzame dag is dat ik ’s avonds bedenk dat hij wat minder prominent in mijn gedachten was, vind ik dat niet per se positief.’


Ook Caroline Pauwels hangt niet in de touwen. Het energiepeil is laag, maar het moreel hoog.
Pauwels: ‘Ik heb mijn trieste dagen en zwarte gedachten. Natuurlijk. De kanker is een knauw in mijn bestaan. Ik had altijd energie voor tien. Er is het verdriet omdat er iets op je pad komt waar je verder mee moet. Het is ook surrealistisch. Overdag wil ik het soms vergeten, maar wanneer ik ’s avonds in bed kruip, overvalt de gedachte mij wel dat ik ernstig ziek ben. Er gebeurt ook veel moois. Een vriend noemde het a moment of personal bliss. Je voelt veel liefde, de mensen sluiten zich om je heen. En zie mij hier nu zitten! (ze kijkt verrukt rond) Ik ben dankbaar dat ik hier mag zijn, dat ik hier lekker eten krijg, dat ik Lucas mag ontmoeten.’ 

‘Het doet mij plezier dat de kunsten nu toch in het Journaal zitten. Ze mogen wel geen uitsmijter zijn. Het is verdorie nieuws, zeker als we ons land ermee op de kaart zetten’
Lucas Vanclooster
Ze prijst de roodgelakte, gegrilde bloemkool die op haar bord komt. Een kunstwerkje, zoals alles wat chef-kok Nicolas Decloedt van Humus x Hortense ons ook vanavond weer voorschotelt. ­Speciaal voor de rector is het menu aangepast. ‘Sinds kort ben ik overgeschakeld op macrobiotisch.’


Zwarte zonnen


Kleur! De rector en de gewezen ­radiojournalist – wie zijn stem hoorde, wist: cultuur! – hebben een ­gedeelde liefde voor kleur. Zij draagt een oranjerode broek met wijd flapperende pijpen, hij een hemd met kinderlijk vrolijke ­motiefjes. Een van zijn vingernagels, de rechterpink, is felrood gelakt.
‘Ik moet toch een beetje de anarchist blijven die ik was’, glimlacht hij. ‘Ik was 13 in 1968. Net iets te jong voor de hippies en later iets te oud voor de punk. Vroeger droeg ik een oorring. Het verbindt mij ook met Kristien en Flora, de zus van Frederik.’

‘In onze aula’s zitten soms 50 nationaliteiten. Dan wordt spreken heel moeilijk, want ik weet dat er in elke cultuur wel een sensibiliteit zit die ik als westerse vrouw niet altijd kan capteren’
Caroline Pauwels
Voor zijn deur in Vilvoorde staat een felgroene auto. ‘De vorige was rood.’ Hij houdt van oldtimers. ‘De auto’s hadden vroeger gewoon meer kleur. Zelfs in het Oostblok. Het was er slecht leven en straat en mens waren er grijs, maar de Trabants, de Wartburgs en de Lada’s hadden wel kleur.’
Wat hun beider levens bovenal kleurt: de kunsten. ‘Een beetje obsessief zelfs’, bekent Pauwels. ‘Mijn kinderen vinden dat ik overdrijf. Ik ben in het Shellgebouw overigens nog naar film komen kijken met hen, toen Cinematek hier tijdelijk was onder­gebracht.’


Hebben jullie het gemist, de tentoonstellingen, het theater?
Vanclooster: ‘Het valt mee, na al die jaren cultuurverslaggeving, moet ik een beetje ontwennen. Ik ben in het Louvre-Lens wel gaan kijken naar de tentoonstelling Soleils noirs. Kunst die geïnspireerd is door het zwart, bron van poëzie en zinnelijkheid. En ik heb veel gehad aan De kolibrie van Sandro Veronesi. Zijn boodschap is juist dat je weer moet opnemen wat je voordien interessant vond. Ze waren thuis dan ook blij dat ik ­opnieuw begon te snuisteren in mijn collectie papier over auto’s. (lacht) De kolibrie is wel de enige roman die ik het afgelopen jaar heb kunnen lezen.’
Caroline heeft het vaak over de verwondering, maar soms zegt het een mens ook niets meer?


Pauwels: ‘Jongeren hebben gelijk als ze ons ter verantwoording roepen.’
Vanclooster: ‘Zeker. Je neemt een boek vast en je raakt er niet in. Maar dat komt wel terug. Ieder verwerkt het op zijn manier. Kristien zoekt het in meditatie en yoga. Ik strijk graag met Led Zeppelin, The Who en zelfs Will Tura op de achtergrond. En Flora heeft net haar eerste jaar fotografie achter de rug met een reeks foto’s over Frederik. Ze heeft plekken gefotografeerd waar ze samen met Frederik prachtige ­dingen heeft beleefd. Ze gaf het als ondertitel: “Pas nadat je werd gevonden, begon ik met zoeken, en ik vind je overal”.’
‘Frederik had in zijn kamer een bordje hangen: Een dag niet verwonderd is een dag niet geleefd. Eigenlijk zei de natuur mij de jongste maanden meer dan kunst. Ik kijk voor het eerst in mijn leven naar de gierzwaluwen. Dat was ook de totem van Frederik bij de scouts, salangaan of Aziatische gierzwaluw. Volgens de totemgids van de scouts: zich aanpassend, acrobatisch, creatief, goed oriëntatiegevoel. Ze vertrekken elk jaar als eerste en ze komen ook als eerste terug. Het zal mij droevig stemmen wanneer ze straks weer vertrekken.’
Pauwels: ‘Mij hielden natuur, cultuur en vrienden – niet per se in die volgorde – in balans tijdens de lockdown. Als kind ging ik vaak op wandel in de natuur met een neef die bioloog was. Hij legde mij alles uit, ik tekende het na. Maar om terug te komen op de kunst: ik ben ook zeer blij dat er weer meer kan. Een klein concertje en een drive-inbioscoop, dat is charmant, maar veel mensen snakken toch opnieuw naar the real thing. Er is in dit land ook zoveel te beleven.’
‘Ik heb heimwee naar de lockdown. Het gaf de kans om dieper met mensen te praten. Maar of we veel geleerd hebben?’
Lucas Vanclooster
Vanclooster: ‘Ongelofelijk! Zo ­bedroevend het in dit land met de politiek is gesteld, zo verwend zijn we cultureel.’
Pauwels: ‘We zouden er veel trotser op moeten zijn. Architectuur, mode, muziek, literatuur … Scholen en universiteiten zouden het nog veel meer moeten benutten. De stukken van Reinhilde Decleir, ik wil die aan de VUB zien, zodat de studenten in contact komen met mensen in armoede, dat ze zien waar mensen die zogezegd afgeschreven zijn toe in staat zijn. (Tot Lucas) Heb jij het gevoel dat je bij de VRT een steen verlegd hebt?’
Vanclooster: ‘Ik heb gedaan wat ik kon. Ik heb gestreden en heb ook vaak verloren. Maar het doet mij plezier dat de kunsten nu toch in het Journaal zitten. Ze mogen wel geen uitsmijter zijn. Het is verdorie nieuws, zeker als we ons land ermee op de kaart zetten. Gerard Mortier zei altijd: eerst cultuur, dan economische welvaart. Dat was zo bij de Egyptenaren, dat was zo in de Gouden Eeuw van Holland.’
Is dat winst uit corona, het besef dat behalve goede gezondheidszorg ook kunst broodnodig is?


Pauwels: ‘Men zegt weleens dat wetenschap de wereld onttovert. Ik vind dat onzin. Wetenschap tovert ook.’
Vanclooster: ‘En vriendschappen. Ik heb heimwee naar de lockdown. Het gaf de kans om dieper met mensen te praten.’


Pauwels: ‘Het maakte ons bewust van essentiële ­beroepen en we voerden ook essentiële gesprekken.’
Vanclooster: ‘Maar of we veel geleerd hebben? Ik ben pessimistischer dan een maand of twee geleden. Het zijn toch altijd weer dezelfde lobbygroepen, zoals ­Voka, die hun uiterste best doen om over te gaan tot business as usual. Die omslag? Ik geloof het niet. Er is zelfs een soort hetze tegen het openbaar vervoer of tegen wonen in de stad. Nee, dan de tweedeverblijvers! Dat was nieuws.’
‘Hannah Arendt schreef altijd dat je met iedereen rond de tafel moest blijven praten. Je luistert naar elkaar, maar je struikelt niet over elkaar. Vandaag wordt er erg veel over elkaar gestruikeld’
Caroline Pauwels
Pauwels: ‘Het zal er maar van afhangen hoe groot de coalitie van de welwillenden wordt. Ik ondertekende mee de brief van Wivina Demeester waarin we corona een uniek moment voor de transitie naar ecowelvaart noemen. We zijn al lang uit balans. Zeker rond klimaat, de wetenschap is daar heel duidelijk over. De klimaatmarsen van de jongeren waren heel belangrijk, maar ook daar zag je krachten aan het werk die dat willen downsizen.’


Dave Sinardet schreef: ‘Laat ons de sterke waardering van de bevolking voor experts tijdens deze ­crisis aangrijpen om wetenschap een meer structurele rol in onze besluitvorming te geven.’ Toch geloven we wetenschappers blijkbaar liever als het over corona gaat dan over de klimaatcrisis. 
Pauwels: ‘Dat was in het begin van de coronacrisis zo, naderhand begon ook daar de ondermijning van de expertise. Ik zou willen dat Dave gelijk heeft, maar ik ben er niet zeker van. Ik ben geen voorstander van een technocraten- of expertenregering. Laat ieder zijn rol spelen. Wetenschappers moeten wel aanjagers zijn, vind ik. Ze hebben een maatschappelijk engagement.’
Dan noemt een Jean-Marie Dedecker of zo ze wel ‘activisten’? 
Pauwels: ‘Het is gevaarlijk om een wetenschapper ­opzij te zetten omdat zijn of haar inzichten je niet zinnen.’


Leonardo da Vinci 


‘Wetenschap is funest voor de verwondering en de verbeelding? Het is een misvatting die me droef maakt’, schrijft Caroline Pauwels in haar Ode aan de verwondering. Ze breekt een lans voor fundamenteel onderzoek, verwant aan de queeste van de kunstenaar. Leve ‘het nut van nutteloze kennis’, zegt ze ­samen met Nobelprijswinnaar François Englert. ‘Maar dan “nutteloos” volgens de vigerende, eco­nomische normen’, voegt ze eraan toe.


Thuis was er niet veel kunst. Ze heeft het zelf moeten ontdekken. Op haar vijftiende werd ze in het Franse Saint-Paul-de-Vence in de buurt van Nice ­zoals Paulus van haar paard gebliksemd. ‘Daar heb je het museum en het beeldenpark van de Fondation Marguerite en Aimé Maeght. Wauw! Ik hield er een immense bewondering voor de moed van kunstenaars aan over.’


Moed? 
Pauwels: ‘Ja, dat je er durft voor te kiezen, ook al weet je vooraf dat je er niet rijk van zal worden. Dat vond ik een zeer nuttig inzicht. Ik heb een boon voor iedereen die iets creëert, voor alles wat ambachtelijk goed gemaakt is. Mijn respect voor mensen die hun werk goed doen, is enorm. Ook voor wie ’s ochtends op het rectoraat de vuilnisbakken komt legen.’


Is het een gemis dat u zelf geen kunstenaar bent geworden? 
Pauwels: ‘Ik heb kinderen op de wereld gezet. Dat is ook creëren. (lacht) Nee, ik heb behalve communicatiewetenschappen ook filosofie gestudeerd en als ik mijn werk overschouw, merk ik daar toch een creatieve, rode draad in. Wetenschap vertrekt van dezelfde bron als kunst: je probeert iets te vatten wat niet meteen te vatten is. Men zegt weleens dat wetenschap de wereld onttovert. Ik vind dat onzin. Wetenschap tovert ook. Ik heb nog nooit een saaie wetenschapper ontmoet.’


Vanclooster: ‘Vaak zijn het geweldige mensen. Ze hebben meestal iets poëtisch of filosofisch, zoals de wiskundige Jean Paul Van Bendegem. In het vierde jaar van Frederiks humaniora heeft een leraar wiskunde hem naar dat vak geleid dankzij ironie en ­humor. Misschien dacht Frederik wel: ik wil ook zo’n leraar worden.’


Pauwels: ‘Veel wetenschappers zijn ook kunstzinnig. Er is bij ons een professor wiskunde die, bij wijze van experiment, tijdens zijn lessen pianospeelt, hoe prachtig. Daarom vind ik het zo jammer dat we studenten opsluiten in silo’s, vakgroepen, faculteiten. Als filosoof had ik het geluk om aan te sluiten bij iMinds, nu Imec, dat onderzoek doet naar de impact van technologie. Als sociale wetenschappers zaten we daar samen met ingenieurs en informatici. Ik voelde me net Leonardo da Vinci.’


‘We leren aan de VUB mensen graag denken voor zichzelf, we proberen geesten wakker te schudden. Het is makkelijk om een ander kritisch te bekijken, in de eigen spiegel is dat een stuk moeilijker. Dat leert ook Hannah Arendt ons. We openen straks ook voor de vierde keer het aca­demiejaar samen met de KVS. We zouden kunst en wetenschap nog meer in het curriculum moeten krijgen. Het is misschien niet de creativiteit van de kunstenaar, maar het vergt voor het academisch personeel net zo goed verbeelding om dit allemaal te betrachten.’


Vanclooster: ‘Misschien gaat het zelfs langer mee dan kunstwerken.’


Pauwels: ‘Goede kunst blijft toch overeind?’


Vanclooster: ‘Nou, je moet in de Standaard Boek­handel maar eens naar Hugo Claus zoeken. Of naar een strip van Marc Sleen. Als je daarentegen in het ­onderwijs kunt vernieuwen, studenten iets kan meegeven, investeer je ook in de toekomst. De kinderen voeden vervolgens ook de ouders op.’
Lucas, weinigen weten het, maar u figureert onder het pseudoniem Johny Van Tegenbos in de verhalenbundel Mooie jonge goden (1986). U deelde daar het podium met Tom Lanoye en Herman Brusselmans. 
Vanclooster: ‘En helaas geen vrouwen, Kristien Hemmerechts is daar terecht nog erg kwaad over geworden. Maar het klopt, ik heb vier romans geschreven. Die vind je zelfs niet meer in De Slegte. (lacht) Ik heb het geprobeerd, maar na enkele jaren was ik uit­geschreven. Ik hoorde grote kunstenaars bezig en dacht: het is even waardevol om andermans kunst te verspreiden dan om zelf te scheppen.’
U was in een vorig leven chauffeur van Gerard Mortier. U leerde van hem, zo zei u in De Morgen, dat ‘kunst en cultuur het hoogste zijn’. En alles behalve elitair. 
Vanclooster: ‘Dat zei ik voordien ook al, als leraar in het beroeps- en technisch secundair onderwijs. Veel kunstenaars zijn van eenvoudige afkomst, absoluut geen elitaire mensen. Mortier heeft de vlam in mij nog hoger doen oplaaien, dat klopt. Ik leerde hem toevallig kennen omdat mijn eerste vrouw gitarist was. Mortier hield een toespraak toen ze afstudeerde. Hij zei zo krachtig wat ik al voelde dat ik nadien tegen hem zei: “Eigenlijk zou heel het land dat moeten horen.” Ik nodigde hem uit in Brugge. Toen zijn chauffeur met pensioen ging, vroeg hij mij en omdat ik toch een beetje was uitgekeken op het onderwijs, zei ik ja. Heerlijke gesprekken gehad met hem en met vele andere die ik mocht vervoeren, van Maurice Béjart tot de operazangeres Maria de Montserrat ­Caballé.’


Mist u hem? 
Vanclooster: ‘Ja. Mortier en Jan Hoet, dat waren twee lichtflitsen, dat hebben we daarna niet meer gezien.’


Pauwels: ‘Ik herinner me een legendarisch debat tussen Hoet en Frans Boenders aan de VUB. Vonken dat dat gaf! Dat hebben we vandaag, in transitietijd, ­opnieuw nodig: mensen die u wegblazen, anders doen kijken en denken. Hoet heeft trouwens in de Gentse Bijloke eens een tentoonstelling over het nut van het nutteloze georganiseerd.’


In Vlaanderen neigt de visie op het onderwijs eerder … 
Pauwels: ‘… naar excelleren?’


Ja, en naar kennis en punten eerder dan beleving of sociale vaardigheid, wat tegenstanders ‘de verleuking van het onderwijs’ noemen. 
Pauwels: ‘Albert Einstein is het beste tegenargument. Hij zei – en ik parafraseer: je springt niet verder in het leven omdat je kunt vermenigvuldigen of aftrekken, maar omdat je verbeelding hebt. Wist je dat hij een taalachterstand had? Het heeft hem geholpen om anders te leren denken.’
Vanclooster: ‘Het gaat perfect samen, streven naar ­excellentie en kennis en tegelijk poëzie én humor in het onderwijs brengen.’ 


Woke


Met de oprichting van het Hannah Arendt-instituut in Mechelen, een initiatief van Pauwels en haar Antwerpse collega Herman Van Goethem, bevestigt de rector hoezeer ze de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel draagt. De universiteit ziet ze als een vrijhaven. Ze was het dan ook niet eens met de linkse actievoerders die het drie jaar geleden toenmalig staatssecretaris voor Migratie en Asiel Theo Francken (N-VA) onmogelijk maakten om te spreken aan de VUB.
Het is een mooi voorbeeld van wat recentelijk in een mede door Francken ondertekende open brief de ‘cancelcultuur’ wordt genoemd. Vooral op links, van Black Lives Matter tot lgbtq+, zou de onverdraagzaamheid voor afwijkende meningen dermate grote proporties aannemen dat de vrijheid van menings­uiting in gevaar komt.


Bent u ook zo bang voor de onverdraagzaamheid van wie woke heet te zijn? Of vragen die terecht aan wie altijd al meer privileges had om even te ­dimmen? 
Pauwels: ‘Mensen die klagen dat “ze niets meer ­mogen zeggen”, hebben wel nog altijd het woord. Die woke activisten vragen terecht: spreek mét mij, niet óver mij. Ik leerde dat bij Gandhi: alles wat je voor mij doet, maar niet met mij, doe je tegen mij. Maar ik maak me wel degelijk zorgen over het politiek correcte denken en de zelfcensuur die we soms toepassen. In onze aula’s zitten soms vijftig nationaliteiten. Dan wordt spreken heel moeilijk, want ik weet dat er in elke cultuur wel een sensibiliteit zit die ik als westerse vrouw niet altijd kan capteren. Je spreken verliest spontaniteit en dat vind ik niet goed.’


Vanclooster: ‘Ik geloof toch dat de universiteit in de voorhoede van de diverse samenleving moet staan. Er zijn al veel studenten met een migratieachtergrond, die zullen zich niet meer laten tegenhouden.’


Pauwels: ‘Klopt, maar ook bij ons zijn er impliciete vormen van discriminatie. Wie staat er voor de aula? Mijn collega’s zijn wit, punt. Er is al meer personeel van kleur, maar het is niet genoeg, we moeten het rechttrekken. Ik heb ook onze studenten van kleur al opgeroepen om ons te helpen. Onze aula is divers, onze studentenraad is wit. Ze klagen dat zelf aan, maar dan zeg ik: het is aan jullie om er iets aan te doen. Dan merk ik soms dat ze het zelfs niet meer melden, omdat ze er niet in geloven. “We maken dat al mee sinds de kleuterschool.” Ik heb schrijnende verhalen gehoord, de VUB onwaardig. Iemand zei mij: “Als de decanen naar ons kijken, zien ze hun kinderen niet. Ze hebben geen voeling met wat wij meemaken.”’


‘Dat gezegd zijnde, het beangstigt mij hoever het politiek correcte denken op Amerikaanse campussen is doorgeschoten. Hannah Arendt zei en schreef altijd dat je met iedereen rond de tafel moest blijven praten. Je luistert naar elkaar, maar je struikelt niet over elkaar. Vandaag wordt er erg veel over elkaar gestruikeld. Het is goed dat witte mannen zich bewust zijn van hun privileges, maar zet ze niet weg, stuur ze niet weg van tafel.’


Is Dries Van Langenhove welkom aan uw universiteit? 
Pauwels: ‘De studenten hebben hem eens uitgenodigd voor een verkiezingsdebat. Dat is niet doorgegaan, omdat ze de andere gasten niet op voorhand hadden verteld wie er in het panel zou zitten. Zou ik hem uitnodigen? (denkt na) In een panel met meerdere stemmen, waarom niet? Maar de rector nodigt zelf niet uit, dat laten we aan de studenten over.’
U wilt blijven praten met Schild & Vrienden, zei u, omdat sommige van uw studenten daar ook lid van zijn. Blijft u ook met hen praten als ze de meest ­gore racistische memes posten, zoals Panorama liet zien? 
Pauwels: ‘Ik las in uw krant het interview met mensenrechtenactivist Philippe Sands. Hij dook in het hoofd van topnazi’s. Hij zei, en Hannah Arendt schreef dat ook in Eichmann in Jeruzalem: de banaliteit van het kwaad: je kunt een goede huisvader zijn, je kinderen en je vrouw graag zien en toch misdaden begaan. Het wil niet zeggen dat je geweld­pleging of crimineel gedrag op een of andere manier minimaliseert. Ik weet ook niet tot welk kwaad ik in staat zou zijn. Ik moet denken aan dat citaat dat aan de Boeddha wordt toegeschreven: “Let op je gedachten, want ze worden je woorden. Let op je woorden, want ze worden je acties. Let op je acties, want ze worden je gewoontes. Let op je gewoontes, want ze worden je karakter. Let op je karakter, want het wordt je lot.” Laten we dus blijven praten. Soms ­zitten achter felle standpunten persoonlijke trauma’s. Die moet je blijven willen achterhalen.’


Hoe staat u tegenover het neerhalen van standbeelden? 
Pauwels: ‘Daar hou ik niet van. Oké, er zijn er te veel. Ik vind het belangrijker dat de schoolboeken dringend worden aangepast. Over Congo heb ik zó weinig geleerd, dat zou gewoon niet mogen. Ik hoop dat het vandaag anders is, maar ik vrees ervoor.’


Vanclooster: ‘Ik vind dat Leopold II uit het straatbeeld mag verdwijnen. Dat we zo onze geschiedenis zouden verdoezelen, is onzin. Die beelden zijn niet opvoedend, maar verheerlijkend bedoeld.’
Lucas, de VRT schrapte een grap van Geert Hoste uit De ideale wereld om Vlaams Belang niet voor het hoofd te stoten. Cancelcultuur? 
Vanclooster: ‘Zelfcensuur. Nu, ik zou dat volledige programma schrappen. Lijkt nergens meer naar. Druk van bovenaf heb ik nooit ervaren, maar je merkt wel dat journalisten uit zichzelf rekening beginnen te houden met de onderbuik van de samenleving. Frappant was het voorbeeld van de Afghaanse jongen die in het zwembad van Koksijde een meisje zou hebben aangerand. Bleek niets van te kloppen, maar het werd toch maar snel gebracht want “anders zouden we weleens het verwijt kunnen krijgen dat we iets hebben verzwegen uit politieke correctheid”. Ik snap wel dat het soms snel moet gaan, maar dan moet je je achteraf ook verontschuldigen als het niet klopt.’


N’être


‘Ach, diversiteit’, verzucht Vanclooster. Samen met Pauwels gelooft hij heel sterk in de jeugd. ‘Voor hen is het doodnormaal. Over een oude klasfoto van Frederik zei iemand: “Behalve Frederik staat er maar één andere blanke op.” En die kwam van Oezbekistan. (lacht)’
Hun kinderen zijn van dezelfde leeftijd. Frederik en Flora, Emil en Anna Violette. Jong volwassenen. Caroline Pauwels heeft ze in haar eentje opgevoed. ‘Hun vader was een nomade, een reiziger. Boven op zolder hebben we een soort museum, er staan zeker vijf totempalen die hij meebracht van zijn reizen. Ik houd ook heel veel dingen bij van de kinderen. Dingen die ik allemaal had moeten weggooien, bij wijze van spreken.’


‘Vooral niet doen’, bezweert Lucas haar.


Het wordt even stil. ‘Wat kinderen vooral niet moeten doen, is vertrekken voor hun ouders’, zegt zij.
Hannah Arendt heeft het over ‘N’être’ of nataliteit: het idee dat wat is altijd nog kan veranderen. Dat geeft hoop. Maar is de dood geen absolute cesuur? 
Pauwels: ‘Afscheid nemen is iets heel definitiefs, en toch, je internaliseert diegene van wie je afscheid neemt. Ik heb de stemmen van wie er niet meer is vaak sterker in mezelf dan toen ze er nog waren.’


Vanclooster: ‘Er is wel geen tweerichtingsverkeer meer mogelijk met de overledene. Soms, als ik sta te strijken met Will Tura op, zeg ik: “Hoor je het, mama?” (lacht) Zij hoort het natuurlijk niet, maar ik hoor haar wel.’


Pauwels: ‘Ik zeg dit met enige schroom, maar ik voelde veel verdriet toen mijn kinderen het huis uit waren. Je voedt ze alleen op, ineens zijn ze weg.’


Vanclooster: ‘Ik heb dat ook nog gedacht toen ik de kinderen boven hoorde stoeien: op een bepaalde dag zal het hier stil zijn. Het gezin is het enige maatschappijtje dat de mens zelf kan maken. Met een eigen cultuur, een eigen geschiedenis, zelfs een eigen dialect.’


Pauwels: ‘Nu, ik heb ook vaak genoeg naar boven ­geroepen: “Kan het daar wat stiller?” en “Sla niet op je zus!”’


Jongeren zijn de toekomst. Daar zijn zij, vijftiger en zestiger, het roerend over eens. En ze zouden positiever in het nieuws moeten komen.


‘Mijn mentor, Urbaan De Becker, geloofde 100 procent in de jeugd’, zegt Vanclooster. ‘Hij kon het niet hebben dat ze van alles en nog wat de schuld kregen. “De politie moest uitrukken om de jongeren in bedwang te houden.” Hij zei: onzin, die moest helemaal niets, die rukten gewoon uit omdat ze dat plezierig vinden.’


‘De veerkracht van jongeren vind ik ongelofelijk’, zegt Pauwels. ‘Ze zullen niet stoppen met protesteren tegen racisme en tegen de roofbouw op mens en planeet en ze hebben overschot van gelijk. Ze moeten ons ter verantwoording roepen. Onze generatie moet ­natuurlijk niet alle zonden van Israël op zich laden, maar we zijn wel een gigantische verantwoordelijkheid aan het ontlopen.’


Maar ze moeten niet zo met het vingertje wijzen, hoor je dan wel eens. 
Pauwels: ‘Ik vind het heel klein wanneer volwassenen hen ridiculiseren of wegzetten als autist, zoals ze met Greta Thunberg deden. Maar ze moeten wel oppassen voor doemdenken. Als mensen zich samen zetten, zoals na de Tweede Wereldoorlog, kunnen er grootse dingen gebeuren. We zijn mee betrokken bij de Jonge Academie. Ze jagen ons aan, die jongeren, ze houden ons wakker.’
Ze geeuwt. Het is na middernacht, de slaap wenkt. Ze heeft beter leren te luisteren naar haar ­lichaam, zegt ze. ‘We hebben zo’n fascinatie voor de kosmos, hoe straf die is. Maar dat is het lichaam ook. Extreem vernuftig hoe dat in elkaar zit.’


We kunnen ons voorstellen dat u dat lichaam het voorbije jaar ook vervloekt hebt? 
Pauwels: ‘Eigenlijk niet, je snapt dat alles met elkaar verbonden is.’


Hiv


Wandelen beveelt dat lichaam haar de volgende ochtend. Ze heeft er al een flinke tocht naar de Marollen op zitten wanneer ze aanschuift voor het ontbijt. ‘Ik ben dol op rommelmarkten. Ik vind er altijd wel iets voor ons familiemuseumpje op zolder.’


Halfnegen ’s ochtends en de verwondering sloeg alreeds toe. Het ontroert haar mateloos, zei ze eerder, hoe je plots op de gekste momenten en plaatsen armen om je heen voelt. ‘Ook nu weer. Er kwam een man naar mij toe. “Mevrouw Pauwels,” zei hij, “ik heb hiv sinds 1986 en kijk naar mij! Ik ben er ook nog.”’



Vanclooster: ‘Dat heeft ook mij ontroerd. Al die mensen die mee kwamen zoeken naar Frederik.’
Wordt het na zes maanden niet heel stil? 
Vanclooster: ‘Het is soms goed dat het stil is. Maar het wordt niet heel stil, nee.’


Het gesprek duurt voort na het gesprek. Per mail. Zij stuurt een Engelstalig gedicht van haar zoon.


The passing of seasons, the setting of the sun
Because when things end, other things begun.
Hij antwoordt met Anna Enquist.
      Wat hier staat spint je in met
plakkende draden, kleeft je vast
in trappen en kamers. Hoe
zou het zijn om uit je schoenen te springen,
de poort dicht te slaan? Blootsvoets
in het gras je ontdoen van herinneringen?
      Dat gaat niet. Geen denken aan. 




The soul is healed

 by being with children and animals…



When I die,
they’ll bury the blues with me.
But the blues will never die.

- John Lee Hooker -