Een mens is bij zijn geboorte buigzaam en zwak,
bij zijn dood is hij star en stijf.
Groene planten zijn teer en zitten vol sap,
als ze afsterven, zijn ze verwelkt en dor.
Starheid en onbuigzaamheid liggen dus ten grondslag aan de dood;
buigzaamheid en zwichten liggen ten grondslag aan het leven.
Een leger dat niet flexibel is, behaalt nooit de zege in de strijd.
Een boom die niet wil buigen, knapt af.
Wie hard en sterk is, valt.
Wie zacht en zwak is, redt het gegarandeerd.
Uit: Tau-te tjing - Het Boek van Weg en Deugd - Lau Tse
