De meester scheen geheel onverschillig voor wat de mensen van hem dachten.
Toen de leerlingen hem vroegen hoe hij dit stadium van innerlijke vrijheid bereikt had, lachte hij luid en zei:
'Tot ik twintig was, gaf ik er niet om wat mensen van mij dachten.
Na mijn twintigste levensjaar maakte ik mij eindeloos zorgen over wat mijn medemensen dachten.
Toen, op een dag nadat ik vijftig geworden was, zag ik plots in dat ze eigenlijk nauwelijks aan me dachten!'
- A. de Mello, Wijsheid in één minuut -
