Een andere manier waarop het individu belaagd wordt is het steeds vanzelfsprekender worden van openheid en, daarmee samenhangend, het verdwijnen van het respect voor de privacy.
In Onsterfelijkheid van Kundera bedenkt Agnes zich dat het oog van God, dat ons vroeger in de gaten hield, is vervangen door het oog van de camera. Er lijkt een 'elfde gebod' te zijn ingevoerd: het gebod van openheid. Dat gebod gaat gepaard met een steeds groter belang van onze buitenkant.
Menselijke ontwikkeling en vervulling vergen een zekere privacy. Als er een 'ik' is, een persoonlijke identiteit, bestaat die uit een innerlijke wereld die in de loop van de jaren wordt gevormd. Maar door het gebod van openheid heeft die innerlijke wereld plaats gemaakt voor de uiterlijke wereld van het imago: 'imagologie heeft de laatste decennia een historische overwinning behaald'.
Waar de vraag 'bestaat er een ik' vroeger misschien nog bevestigend beantwoord kon worden ( de mens kan een persoonlijkheid ontwikkelen, een innerlijke wereld die zijn ware identiteit omvat), daar hebben de imagologen korte metten gemaakt met dat antwoord: zij stellen dat de mens meer is dan het beeld dat we van hem hebben. Er is geen essentie achter de schijn, het is precies andersom: 'ons ik is slechts schijn, ongrijpbaar, onbeschrijflijk, wazig, terwijl de enige werkelijkheid die je gemakkelijk kunt grijpen en beschrijven ons beeld is in andermans ogen'.
Als we konden kiezen, zegt professor Avenarius, tussen ofwel een liefdesnacht met een wereldberoemde schoonheid als Brigitte Bardot, maar zonder dat iemand ervan weet, ofwel je arm op schouder in het openbaar flaneren, maar zonder dat je met haar naar bed mag - dan zou vrijwel iedereen kiezen voor dat laatste. We hechten tegenwoordig immers meer waarde aan bewondering dan aan genot, meer aan schijn dan werkelijkheid; werkelijkheid betekent voor niemand meer iets.
Kundera schildert onze cultuur in zijn romans als een blootgeefcultuur vol met exhibitionistische 'kijk mij eens' mensen die voortdurend met hun imago bezig zijn.
Een van de manifestaties daarvan is de 'grafomanie': de obsessieve wil om te schrijven over wat wezenlijk privé is, en zo je eigen ik aan anderen op te dringen.
- Jeroen Vanheste in Denkende romans -

