Het is niet de criticus die ertoe doet; niet degene die ons erop
wijst waarom de sterke man struikelt, of wat de man van de daad beter
had kunnen doen.
De eer komt toe aan de man die daadwerkelijk in de
arena staat, wiens gezicht besmeurd is met stof, zweet en bloed; die
zich kranig weert; die fouten maakt, die keer op keer tekortschiet… die,
als het meezit, uiteindelijk de triomf van een grootse prestatie kent,
en als het tegenzit, en hij faalt, in elk geval faalt terwijl hij grote
moed heeft getoond.
- Theodore Roosevelt -
