vrijdag 11 november 2011


Ik heb het geluk gehad dat ik een geweldige lerares getroffen heb - mijn grootmoeder. Ze was een wat afstandelijke vrouw en gaf zichzelf niet zo gauw bloot, maar ze was voortdurend aanwezig bij alle momenten in mijn jeugd die ik moeilijk vond.

Als jongvolwassene bezocht ik haar op wat we beiden wisten dat haar doodsbed was. Ik voelde me gesterkt door haar schoonheid en kalmte, zoals ze daar lag in haar smetteloos witte nachtjapon. Ik hield haar handen vast en vertelde haar hoe belangrijk ze geweest was voor het kind dat nu groot geworden was. Natuurlijk moest ik huilen, en ik wist niet wat ik met mijn tranen moest aanvangen.

Ze nam een van die tranen op haar vinger, liet hem me zien en glimlachte lief. 'Weet je, je woorden en je tranen zijn voor mij als gouden parels en ik neem ze met me mee.'

Ik heb dat beeld van haar laatste dagen altijd bij me meegedragen. Hoewel ze haar onafhankelijkheid kwijt was en haar lichaam haar in de steek gelaten had, gaf ze haar kinderen en kleinkinderen het geschenk van de liefde dat altijd rest als er anders niets meer te geven is.

- Dr. David Servan-Schreiber -